BWBR0005933
Geldig vanaf 1993-04-01
Artikel 28
Regeling superheffing 1993
1. In afwijking van het bepaalde in artikel 5, eerste lid, vindt over de in onderdeel a bedoelde hoeveelheden geen doorberekening plaats, indien het productschap op verzoek van de producent of producenten daarvoor toestemming heeft gegeven. Zodanige toestemming kan slechts worden gegeven indien:
a. op een bedrijf meer dan één referentiehoeveelheid is geregistreerd en de melk, of het equivalent daarvan, door de betrokkenen gezamenlijk aan een koper wordt geleverd tot ten hoogste deze referentiehoeveelheden en
b. de productie en de levering van melk, of het equivalent daarvan, plaatsvindt op één te onderscheiden zelfstandige bedrijfseenheid en
c. de melk, of het equivalent daarvan, rechtstreeks wordt geleverd vanuit één op deze bedrijfseenheid geplaatst gebouw of complex van gebouwen.
2. Het in het eerste lid bedoelde verzoek dient te worden ingediend bij het productschap op een daartoe door het productschap voorgeschreven formulier. Indien dit verzoek in het tijdvak van door het productschap vast te stellen datum tot en met het einde van de heffingsperiode bij het productschap wordt ingediend, kan de toestemming eerst met ingang van de volgende heffingsperiode worden verleend. Het productschap beslist op dit verzoek. Aan de door het productschap verleende toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.
3. De toestemming vervalt zodra niet meer wordt voldaan aan een of meer voorwaarden voor de verlening van de toestemming.
4. Indien partijen zelf de regeling wensen te beëindigen vervalt de toestemming met ingang van een volgende heffingsperiode.
5. De producent of producenten aan wie de in het eerste lid bedoelde toestemming is verleend, dient of dienen, zodra niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor de verlening van de toestemming, of indien zij zelf de regeling wensen te beëindigen, hiervan het productschap onverwijld in kennis te stellen.
a. op een bedrijf meer dan één referentiehoeveelheid is geregistreerd en de melk, of het equivalent daarvan, door de betrokkenen gezamenlijk aan een koper wordt geleverd tot ten hoogste deze referentiehoeveelheden en
b. de productie en de levering van melk, of het equivalent daarvan, plaatsvindt op één te onderscheiden zelfstandige bedrijfseenheid en
c. de melk, of het equivalent daarvan, rechtstreeks wordt geleverd vanuit één op deze bedrijfseenheid geplaatst gebouw of complex van gebouwen.
2. Het in het eerste lid bedoelde verzoek dient te worden ingediend bij het productschap op een daartoe door het productschap voorgeschreven formulier. Indien dit verzoek in het tijdvak van door het productschap vast te stellen datum tot en met het einde van de heffingsperiode bij het productschap wordt ingediend, kan de toestemming eerst met ingang van de volgende heffingsperiode worden verleend. Het productschap beslist op dit verzoek. Aan de door het productschap verleende toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.
3. De toestemming vervalt zodra niet meer wordt voldaan aan een of meer voorwaarden voor de verlening van de toestemming.
4. Indien partijen zelf de regeling wensen te beëindigen vervalt de toestemming met ingang van een volgende heffingsperiode.
5. De producent of producenten aan wie de in het eerste lid bedoelde toestemming is verleend, dient of dienen, zodra niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor de verlening van de toestemming, of indien zij zelf de regeling wensen te beëindigen, hiervan het productschap onverwijld in kennis te stellen.