BWBR0005933
Geldig vanaf 1993-04-01
Artikel 11
Regeling superheffing 1993
1. Het productschap erkent iedere koper die handelt op Nederlands grondgebied indien deze:
a) aantoont ingeschreven te zijn in het handelsregister als bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 1996;
b) beschikt over een vestiging op Nederlands grondgebied waar de in artikel 31, eerste lid, bedoelde administratie kan worden ingezien door de ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst of functionarissen van het productschap;
c) zich ertoe verbindt de in artikel 31, eerste lid, bedoelde administratie bij te houden;
d) zich ertoe verbindt de in artikel 27, tweede lid, bedoelde aangifte bij het productschap in te dienen;
e) zich ertoe verbindt toegang te verlenen aan de ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst of functionarissen van het productschap tot zijn administratie ten behoeve van de controle daarvan;
f) zich ertoe verbindt het vervoer van melk door middel van daartoe gebruikelijke transportmiddelen te laten verrichten, die de mogelijkheid bieden om de getransporteerde melkhoeveelheid alsmede het vetgehalte daarvan vast te stellen;
2. Het productschap kan nadere voorwaarden verbinden aan de erkenning waaronder het laten stellen van een waarborg ter verzekering van de te betalen heffing.
3. Indien een verzoek tot erkenning als koper wordt ingediend na een door het productschap vast te stellen datum, kan erkenning eerst plaatsvinden met ingang van de volgende heffingsperiode.
4. Behoudens in de in artikel 13, vierde lid, van Verordening (EG) nr. 1392/2001bedoelde gevallen, trekt het productschap de erkenning van de koper in, indien de koper geen handelaar meer is en zijn administratie niet langer in Nederland kan worden geraadpleegd.
5. Behoudens in de in artikel 13, vierde lid, van Verordening (EG) nr. 1392/2001bedoelde gevallen trekt het productschap de erkenning van de koper in of legt een boete op, indien de koper een onjuiste afrekening of aangifte heeft ingediend, indien hij de verbintenis om de productboekhouding, de registers en de overige in artikel 14, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 1392/2001bedoelde documenten voortdurend bij te werken niet is nagekomen, of bij herhaling een andere communautaire of nationale verplichting niet is nagekomen.
a) aantoont ingeschreven te zijn in het handelsregister als bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 1996;
b) beschikt over een vestiging op Nederlands grondgebied waar de in artikel 31, eerste lid, bedoelde administratie kan worden ingezien door de ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst of functionarissen van het productschap;
c) zich ertoe verbindt de in artikel 31, eerste lid, bedoelde administratie bij te houden;
d) zich ertoe verbindt de in artikel 27, tweede lid, bedoelde aangifte bij het productschap in te dienen;
e) zich ertoe verbindt toegang te verlenen aan de ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst of functionarissen van het productschap tot zijn administratie ten behoeve van de controle daarvan;
f) zich ertoe verbindt het vervoer van melk door middel van daartoe gebruikelijke transportmiddelen te laten verrichten, die de mogelijkheid bieden om de getransporteerde melkhoeveelheid alsmede het vetgehalte daarvan vast te stellen;
2. Het productschap kan nadere voorwaarden verbinden aan de erkenning waaronder het laten stellen van een waarborg ter verzekering van de te betalen heffing.
3. Indien een verzoek tot erkenning als koper wordt ingediend na een door het productschap vast te stellen datum, kan erkenning eerst plaatsvinden met ingang van de volgende heffingsperiode.
4. Behoudens in de in artikel 13, vierde lid, van Verordening (EG) nr. 1392/2001bedoelde gevallen, trekt het productschap de erkenning van de koper in, indien de koper geen handelaar meer is en zijn administratie niet langer in Nederland kan worden geraadpleegd.
5. Behoudens in de in artikel 13, vierde lid, van Verordening (EG) nr. 1392/2001bedoelde gevallen trekt het productschap de erkenning van de koper in of legt een boete op, indien de koper een onjuiste afrekening of aangifte heeft ingediend, indien hij de verbintenis om de productboekhouding, de registers en de overige in artikel 14, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 1392/2001bedoelde documenten voortdurend bij te werken niet is nagekomen, of bij herhaling een andere communautaire of nationale verplichting niet is nagekomen.