BWBR0004852
Geldig vanaf 1990-09-16
Artikel 18
Regelen uitrusting bij vluchten, niet zijnde verkeersvluchten
Voor het uitvoeren van een vlucht boven gebieden welke, door de betreffende Staat zijn aangewezen als gebieden waar opsporing en redding bijzondere moeilijkheden kunnen opleveren, moet het vliegtuig zijn voorzien van:
a. een doelmatig op VHF werkende noodzender, die zodanig moet zijn opgeborgen dat deze in noodgevallen gemakkelijk bereikbaar is. De zender moet draagbaar zijn, onafhankelijk van de electrische boordinstallatie kunnen werken en verwijderd van het vliegtuig kunnen worden bediend door ongeoefende personen;
b. sein- en reddingsmiddelen, waaronder middelen om inzittenden in leven te houden, afgestemd op het betreffende gebied.
a. een doelmatig op VHF werkende noodzender, die zodanig moet zijn opgeborgen dat deze in noodgevallen gemakkelijk bereikbaar is. De zender moet draagbaar zijn, onafhankelijk van de electrische boordinstallatie kunnen werken en verwijderd van het vliegtuig kunnen worden bediend door ongeoefende personen;
b. sein- en reddingsmiddelen, waaronder middelen om inzittenden in leven te houden, afgestemd op het betreffende gebied.