BWBR0004852
Geldig vanaf 1990-09-16
Artikel 15
Regelen uitrusting bij vluchten, niet zijnde verkeersvluchten
1. Tijdens de uitvoering van een IFR-vlucht moet het vliegtuig behalve van de instrumenten die volgens de luchtwaardigheidseisen zijn voorgeschreven tevens tenminste zijn voorzien van:
a. een gyroscopische koersaanwijzer;
b. een gyroscopische bochtaanwijzer, gecombineerd met een instrument dat een versnelling langs de dwarsas van het vliegtuig aangeeft;
c. een kunstmatige horizon;
d. middelen, welke aangeven of de voeding of het functioneren van de gyroscopische instrumenten voldoende is;
e. een stuwbuis voorzien van een verwarmingselement t.b.v. de snelheidsmeter;
f. een stijg- en daalsnelheidsmeter;
g. een buitenluchttemperatuurmeter;
h. een uurwerk, dat de tijd aangeeft in uren, minuten en seconden.
2. De instrumenten als bedoeld in het eerste lid onder b en c moeten onafhankelijk van elkaar worden gevoed.
3. Indien een tweede bestuurder is vereist moet tijdens het uitvoeren van een IFR-vlucht het vliegtuig voorts zijn uitgerust met:
a. een tweede gyroscopische koersaanwijzer;
b. een tweede gyroscopische bochtaanwijzer, gecombineerd met een instrument dat de versnelling langs de dwarsas van het vliegtuig aangeeft;
c. een tweede kunstmatige horizon;
d. een tweede snelheidsmeter;
e. een tweede stijg- en daalsnelheidsmeter;
f. een tweede gevoelige drukhoogtemeter.
4. Het in het derde lid, onder b, genoemde instrument, voor zover het de gyroscopische bochtaanwijzer betreft, mag achterwege blijven, indien de voeding van het instrument, als genoemd in het derde lid onder c, niet afhankelijk is van de voeding van het instrument zoals genoemd in het eerste lid onder b.
a. een gyroscopische koersaanwijzer;
b. een gyroscopische bochtaanwijzer, gecombineerd met een instrument dat een versnelling langs de dwarsas van het vliegtuig aangeeft;
c. een kunstmatige horizon;
d. middelen, welke aangeven of de voeding of het functioneren van de gyroscopische instrumenten voldoende is;
e. een stuwbuis voorzien van een verwarmingselement t.b.v. de snelheidsmeter;
f. een stijg- en daalsnelheidsmeter;
g. een buitenluchttemperatuurmeter;
h. een uurwerk, dat de tijd aangeeft in uren, minuten en seconden.
2. De instrumenten als bedoeld in het eerste lid onder b en c moeten onafhankelijk van elkaar worden gevoed.
3. Indien een tweede bestuurder is vereist moet tijdens het uitvoeren van een IFR-vlucht het vliegtuig voorts zijn uitgerust met:
a. een tweede gyroscopische koersaanwijzer;
b. een tweede gyroscopische bochtaanwijzer, gecombineerd met een instrument dat de versnelling langs de dwarsas van het vliegtuig aangeeft;
c. een tweede kunstmatige horizon;
d. een tweede snelheidsmeter;
e. een tweede stijg- en daalsnelheidsmeter;
f. een tweede gevoelige drukhoogtemeter.
4. Het in het derde lid, onder b, genoemde instrument, voor zover het de gyroscopische bochtaanwijzer betreft, mag achterwege blijven, indien de voeding van het instrument, als genoemd in het derde lid onder c, niet afhankelijk is van de voeding van het instrument zoals genoemd in het eerste lid onder b.