BWBR0002869
Geldig vanaf 1973-03-14
Artikel 30
Eindexamenbesluit m.h.n.o.
1. Nadat de uitslag, dan wel de voorlopige uitslag is vastgesteld, deelt de directeur deze te zamen met de eindcijfers aan iedere kandidaat mede.
2. De kandidaat die heeft deelgenomen aan het centraal geregelde gedeelte van het eindexamen en die niet voldoet aan de normen van slagen, heeft het recht herkansing te vragen van dat gedeelte in ten hoogste twee van zijn vakken, met uitzondering van het vak naaldvakken (waaronder patroontekenen) voor de afdelingen kostuumnaaien en couture.
Hij doet een schriftelijk verzoek daartoe aan de directeur vóór een door de directeur te bepalen dag en tijdstip.
3. Indien de in het vorige lid bedoelde kandidaat niet tijdig herkansing heeft aangevraagd, wordt de voorlopige uitslag definitief.
4. De herkansing van een centraal geregeld gedeelte van het eindexamen geschiedt op dezelfde wijze als het eerder afgelegde centraal geregelde gedeelte.
Het hoogste van de cijfers, behaald bij de herkansing en het eerder afgelegde centraal geregelde gedeelte, geldt als definitief cijfer voor het centraal geregelde gedeelte.
5. Na afloop van de herkansing wordt de definitieve uitslag vastgesteld met overeenkomstige toepassing van de krachtens artikel 29 en in de leden 6 tot en met 9 vastgestelde regels van slagen en afwijzen en aan de betrokken kandidaat medegedeeld. Ten aanzien van kandidaten aan wie verlenging van de praktische oefening bedoeld in hoofdstuk VIIis toegestaan, wordt de definitieve uitslag vastgesteld, nadat de beoordeling van dat examenonderdeel bekend is.
6. De kandidaat, bedoeld in artikel 6a, eerste lid, is geslaagd voor het eindexamen indien hij bij dit eindexamen en de voorgaande eindexamens aan de school of aan een gelijksoortige school een eindcijfer van 6 of meer heeft behaald voor alle vakken die te zamen voldoen aan respectievelijk B, C, D, E of G van bijlage I, hoofdstuk I, van de Eindexamenbeschikking m.h.n.o.
7. De kandidaat bedoeld in artikel 6a, tweede lid, is geslaagd voor het eindexamen:
a. indien de eindcijfers, behaald bij dit eindexamen, voldoen aan respectievelijk B, C, D, E of G van bijlage III van de Eindexamenbeschikking m.h.n.o. dan wel,
b. indien hij bij dit eindexamen en de voorgaande eindexamens aan de school of aan een gelijksoortige school een eindcijfer van 6 of meer heeft behaald voor alle vakken die te zamen voldoen aan respectievelijk B, C, D, E of G van bijlage I, hoofdstuk I, van de Eindexamenbeschikking m.h.n.o.
8. In het geval dat een kandidaat volgens het voorgaande lid onder ais geslaagd, kan hij er voor kiezen, dat het door hem behaalde eindcijfer op de eindcijferlijst wordt vervangen door een hoger eindcijfer, door hem bij een voorgaand examen aan de school of aan een gelijksoortige school behaald.
9. Onder de voorgaande eindexamens, bedoeld in de drie voorgaande leden, zijn niet begrepen de eindexamens, afgelegd vóór de eindexamens van het schooljaar 1982-1983.
10. Aan de geslaagde kandidaat wordt het diploma uitgereikt.
11. Iedere kandidaat ontvangt na afloop van het eindexamen een lijst volgens het door Onze Minister vastgestelde model. Op deze lijst worden de cijfers voor de eindbeoordeling van het schoolonderzoek, die voor de eindbeoordeling van het centraal geregelde gedeelte van het eindexamen, de eindcijfers voor de eindexamenvakken, voor de afdeling kinderverzorging/jeugdverzorging de beoordeling van de praktische oefening, en de uitslag van het eindexamen vermeld.
2. De kandidaat die heeft deelgenomen aan het centraal geregelde gedeelte van het eindexamen en die niet voldoet aan de normen van slagen, heeft het recht herkansing te vragen van dat gedeelte in ten hoogste twee van zijn vakken, met uitzondering van het vak naaldvakken (waaronder patroontekenen) voor de afdelingen kostuumnaaien en couture.
Hij doet een schriftelijk verzoek daartoe aan de directeur vóór een door de directeur te bepalen dag en tijdstip.
3. Indien de in het vorige lid bedoelde kandidaat niet tijdig herkansing heeft aangevraagd, wordt de voorlopige uitslag definitief.
4. De herkansing van een centraal geregeld gedeelte van het eindexamen geschiedt op dezelfde wijze als het eerder afgelegde centraal geregelde gedeelte.
Het hoogste van de cijfers, behaald bij de herkansing en het eerder afgelegde centraal geregelde gedeelte, geldt als definitief cijfer voor het centraal geregelde gedeelte.
5. Na afloop van de herkansing wordt de definitieve uitslag vastgesteld met overeenkomstige toepassing van de krachtens artikel 29 en in de leden 6 tot en met 9 vastgestelde regels van slagen en afwijzen en aan de betrokken kandidaat medegedeeld. Ten aanzien van kandidaten aan wie verlenging van de praktische oefening bedoeld in hoofdstuk VIIis toegestaan, wordt de definitieve uitslag vastgesteld, nadat de beoordeling van dat examenonderdeel bekend is.
6. De kandidaat, bedoeld in artikel 6a, eerste lid, is geslaagd voor het eindexamen indien hij bij dit eindexamen en de voorgaande eindexamens aan de school of aan een gelijksoortige school een eindcijfer van 6 of meer heeft behaald voor alle vakken die te zamen voldoen aan respectievelijk B, C, D, E of G van bijlage I, hoofdstuk I, van de Eindexamenbeschikking m.h.n.o.
7. De kandidaat bedoeld in artikel 6a, tweede lid, is geslaagd voor het eindexamen:
a. indien de eindcijfers, behaald bij dit eindexamen, voldoen aan respectievelijk B, C, D, E of G van bijlage III van de Eindexamenbeschikking m.h.n.o. dan wel,
b. indien hij bij dit eindexamen en de voorgaande eindexamens aan de school of aan een gelijksoortige school een eindcijfer van 6 of meer heeft behaald voor alle vakken die te zamen voldoen aan respectievelijk B, C, D, E of G van bijlage I, hoofdstuk I, van de Eindexamenbeschikking m.h.n.o.
8. In het geval dat een kandidaat volgens het voorgaande lid onder ais geslaagd, kan hij er voor kiezen, dat het door hem behaalde eindcijfer op de eindcijferlijst wordt vervangen door een hoger eindcijfer, door hem bij een voorgaand examen aan de school of aan een gelijksoortige school behaald.
9. Onder de voorgaande eindexamens, bedoeld in de drie voorgaande leden, zijn niet begrepen de eindexamens, afgelegd vóór de eindexamens van het schooljaar 1982-1983.
10. Aan de geslaagde kandidaat wordt het diploma uitgereikt.
11. Iedere kandidaat ontvangt na afloop van het eindexamen een lijst volgens het door Onze Minister vastgestelde model. Op deze lijst worden de cijfers voor de eindbeoordeling van het schoolonderzoek, die voor de eindbeoordeling van het centraal geregelde gedeelte van het eindexamen, de eindcijfers voor de eindexamenvakken, voor de afdeling kinderverzorging/jeugdverzorging de beoordeling van de praktische oefening, en de uitslag van het eindexamen vermeld.