BWBR0002869
Geldig vanaf 1973-03-14
Artikel 25c
Eindexamenbesluit m.h.n.o.
1. Onze minister wijst jaarlijks vóór 1 oktober voor het eerste eindexamen en vóór 1 maart voor het tweede eindexamen op voordracht van de inspecteur, bedoeld in artikel 14, eerste lid, tweede volzin, een commissie van gecommitteerden aan die met het toezicht op het centraal geregelde gedeelte van het eindexamen worden belast. Lid, tevens voorzitter van de commissie is een door Onze minister aan te wijzen inspecteur. Indien Onze minister er om verzoekt, stelt het bevoegd gezag gecommitteerden ter aanwijzing voor.
2. De gecommitteerden ontvangen uit 's rijks kas een vergoeding van de door hen gemaakte kosten volgens door Onze minister vast te stellen regelen. Zij ontvangen tevens een door Onze minister vast te stellen beloning voor het nazien en beoordelen van het schriftelijk werk, tenzij deze werkzaamheden voortvloeien uit hun taak, zoals omschreven in het Rechtspositiebesluit W.V.O.
3. Artikel 13, tweede, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. De gecommitteerden ontvangen uit 's rijks kas een vergoeding van de door hen gemaakte kosten volgens door Onze minister vast te stellen regelen. Zij ontvangen tevens een door Onze minister vast te stellen beloning voor het nazien en beoordelen van het schriftelijk werk, tenzij deze werkzaamheden voortvloeien uit hun taak, zoals omschreven in het Rechtspositiebesluit W.V.O.
3. Artikel 13, tweede, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.