BWBR0002869
Geldig vanaf 1973-03-14
Artikel 12
Eindexamenbesluit m.h.n.o.
1. Jaarlijks vóór de aanvang van het schooljaar stelt Onze Minister de dagen en uren vast, waarop het centraal geregelde gedeelte van het eindexamen en de herkansing aanvangen, de indeling van het schriftelijk werk daarvan, alsmede de duur van elke zitting.
2. De voorzitter van de examencommissie stelt de indeling vast van het praktische werk van het centraal geregelde gedeelte van het eindexamen met inachtneming van de aanwijzingen van de centrale commissie als bedoeld in artikel 14, eerste lid. Tot deze aanwijzingen behoort tevens het vaststellen van de datum waarvoor het praktische werk moet zijn beëindigd.
3. De voorzitter van de examencommissie zendt uiterlijk veertien dagen voor de aanvang van het centraal geregelde gedeelte van het eindexamen de examenroosters aan de inspecteur en aan de voorzitter van de commissie als bedoeld in artikel 13, eerste lid, met vermelding van de datum waarop de in artikel 29bedoelde vergadering wordt gehouden.
2. De voorzitter van de examencommissie stelt de indeling vast van het praktische werk van het centraal geregelde gedeelte van het eindexamen met inachtneming van de aanwijzingen van de centrale commissie als bedoeld in artikel 14, eerste lid. Tot deze aanwijzingen behoort tevens het vaststellen van de datum waarvoor het praktische werk moet zijn beëindigd.
3. De voorzitter van de examencommissie zendt uiterlijk veertien dagen voor de aanvang van het centraal geregelde gedeelte van het eindexamen de examenroosters aan de inspecteur en aan de voorzitter van de commissie als bedoeld in artikel 13, eerste lid, met vermelding van de datum waarop de in artikel 29bedoelde vergadering wordt gehouden.