BWBR0002869
Geldig vanaf 1973-03-14
Artikel 28
Eindexamenbesluit m.h.n.o.
1. De beoordeling van kennis, inzicht en vaardigheid van een kandidaat voor elk van zijn eindexamenvakken wordt uitgedrukt door een eindcijfer. Daartoe staan ter beschikking de cijfers 1 tot en met 10 waaraan de betekenis toekomt als aangegeven in artikel 8.
2. Het eindcijfer voor een eindexamenvak wordt vastgesteld op het gemiddelde van het cijfer voor het schoolonderzoek en het cijfer voor het centraal geregelde gedeelte van het eindexamen. Is dit gemiddelde een cijfer met een breuk, dan wordt een breuk van een half en meer naar boven en een breuk van minder dan een half naar beneden afgerond op het meest bijliggende gehele getal.
3. Indien voor een eindexamenvak alleen een schoolonderzoek heeft plaatsgevonden, is het cijfer voor de eindbeoordeling daarvan het eindcijfer voor dat eindexamenvak. In dit geval vindt op gelijke wijze een afronding plaats, als aangegeven in de tweede volzin van het tweede lid.
2. Het eindcijfer voor een eindexamenvak wordt vastgesteld op het gemiddelde van het cijfer voor het schoolonderzoek en het cijfer voor het centraal geregelde gedeelte van het eindexamen. Is dit gemiddelde een cijfer met een breuk, dan wordt een breuk van een half en meer naar boven en een breuk van minder dan een half naar beneden afgerond op het meest bijliggende gehele getal.
3. Indien voor een eindexamenvak alleen een schoolonderzoek heeft plaatsgevonden, is het cijfer voor de eindbeoordeling daarvan het eindcijfer voor dat eindexamenvak. In dit geval vindt op gelijke wijze een afronding plaats, als aangegeven in de tweede volzin van het tweede lid.