BWBR0002869
Geldig vanaf 1973-03-14
Artikel 18
Eindexamenbesluit m.h.n.o.
1. Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig deel van het centraal geregelde gedeelte van het eindexamen aan enige onregelmatigheid schuldig maakt, kan de directeur hem de deelneming of de verdere deelneming aan het centraal geregelde gedeelte van het eindexamen ontzeggen dan wel minder vergaande maatregelen nemen.
2. Indien de onregelmatigheid eerst wordt ontdekt na afloop van het centraal geregelde gedeelte van het eindexamen, kunnen de directeur en de betrokken examinator onderscheidenlijk de betrokken examinatoren gezamenlijk de kandidaat het diploma en de cijferlijst onthouden of kunnen zij bepalen, dat de betrokken kandidaat het diploma en de cijferlijst slechts kunnen worden uitgereikt na een hernieuwd examen in de door hen aan te wijzen onderdelen en op de door hen te bepalen wijze.
3. Artikel 10, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Indien de onregelmatigheid eerst wordt ontdekt na afloop van het centraal geregelde gedeelte van het eindexamen, kunnen de directeur en de betrokken examinator onderscheidenlijk de betrokken examinatoren gezamenlijk de kandidaat het diploma en de cijferlijst onthouden of kunnen zij bepalen, dat de betrokken kandidaat het diploma en de cijferlijst slechts kunnen worden uitgereikt na een hernieuwd examen in de door hen aan te wijzen onderdelen en op de door hen te bepalen wijze.
3. Artikel 10, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.