BWBR0002869
Geldig vanaf 1973-03-14
Artikel 14
Eindexamenbesluit m.h.n.o.
1. Jaarlijks vóór 15 oktober stelt Onze minister per afdeling een centrale commissie in ter vaststelling van de opgaven en richtlijnen, bedoeld in artikel 5, eerste lidlaatste zinsnede, alsmede van de bij die opgaven behorende beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 5, tweede lid. Lid, tevens voorzitter van deze commissie, is een door Onze minister aan te wijzen inspecteur van het voortgezet onderwijs.
2. Indien het verloop van het eindexamen daartoe aanleiding geeft, is de centrale commissie bevoegd alsnog beoordelingsnormen te wijzigen of aan te vullen.
3. De vastgestelde examenopgaven, richtlijnen en beoordelingsnormen worden met de vereiste zorg voor geheimhouding op rijkskosten vermenigvuldigd.
4. De voorzitter draagt er zorg voor dat de benodigde exemplaren van de opgaven, richtlijnen en beoordelings normen in verzegelde enveloppen aan de directeur worden toegezonden. Op de enveloppen staan aangegeven het vak waarop de opgaven en richtlijnen betrekking hebben, de tijd die voor het werk beschikbaar gesteld is en het aantal ingesloten exemplaren. Op de enveloppen waarin zich de opgaven bevinden, staan tevens aangegeven de dag en het uur waarop zij worden geopend. De verzending geschiedt van rijkswege.
5. De directeur overhandigt de richtlijnen tijdig vóór de aanvang van het eindexamen aan de desbetreffende examinator. Deze draagt zorg voor het treffen van de nodige voorzieningen en voor het opstellen van de opdrachten voor de kandidaten, welke opdrachten hij in enveloppen doet, waarop hij het vak aangeeft, alsmede de dag en het uur waarop de enveloppen worden geopend.
6. De directeur draagt er zorg voor dat de enveloppen waarin zich de opgaven en opdrachten bevinden, met de vereiste geheimhouding in ongeopende staat worden bewaard tot het in artikel 19, derde lid, genoemde moment.
7. De leden van de centrale commissie ontvangen vergoeding van reis- en verblijfkosten alsmede, voor zover hun benoeming haar oorzaak niet vindt in het ambt dat zij bekleden, vacatiegelden volgens door Onze minister te geven voorschriften.
8. De leden van de centrale commissie en van de examencommissie zijn verplicht tot geheimhouding van de opgaven, richtlijnen, opdrachten en beoordelingsnormen en van hetgeen hun verder in hun functie ter kennis is gekomen voor zover die verplichting uit de aard der zaak volgt.
2. Indien het verloop van het eindexamen daartoe aanleiding geeft, is de centrale commissie bevoegd alsnog beoordelingsnormen te wijzigen of aan te vullen.
3. De vastgestelde examenopgaven, richtlijnen en beoordelingsnormen worden met de vereiste zorg voor geheimhouding op rijkskosten vermenigvuldigd.
4. De voorzitter draagt er zorg voor dat de benodigde exemplaren van de opgaven, richtlijnen en beoordelings normen in verzegelde enveloppen aan de directeur worden toegezonden. Op de enveloppen staan aangegeven het vak waarop de opgaven en richtlijnen betrekking hebben, de tijd die voor het werk beschikbaar gesteld is en het aantal ingesloten exemplaren. Op de enveloppen waarin zich de opgaven bevinden, staan tevens aangegeven de dag en het uur waarop zij worden geopend. De verzending geschiedt van rijkswege.
5. De directeur overhandigt de richtlijnen tijdig vóór de aanvang van het eindexamen aan de desbetreffende examinator. Deze draagt zorg voor het treffen van de nodige voorzieningen en voor het opstellen van de opdrachten voor de kandidaten, welke opdrachten hij in enveloppen doet, waarop hij het vak aangeeft, alsmede de dag en het uur waarop de enveloppen worden geopend.
6. De directeur draagt er zorg voor dat de enveloppen waarin zich de opgaven en opdrachten bevinden, met de vereiste geheimhouding in ongeopende staat worden bewaard tot het in artikel 19, derde lid, genoemde moment.
7. De leden van de centrale commissie ontvangen vergoeding van reis- en verblijfkosten alsmede, voor zover hun benoeming haar oorzaak niet vindt in het ambt dat zij bekleden, vacatiegelden volgens door Onze minister te geven voorschriften.
8. De leden van de centrale commissie en van de examencommissie zijn verplicht tot geheimhouding van de opgaven, richtlijnen, opdrachten en beoordelingsnormen en van hetgeen hun verder in hun functie ter kennis is gekomen voor zover die verplichting uit de aard der zaak volgt.