BWBR0002869
Geldig vanaf 1973-03-14
Artikel 10
Eindexamenbesluit m.h.n.o.
1. Indien een kandidaat zich aan het schoolonderzoek onttrekt of zich ten aanzien van enig deel van het schoolonderzoek aan enige onregelmatigheid schuldig maakt, kan de directeur hem, onverminderd hetgeen daaromtrent nader in de regeling van het schoolonderzoek, bedoeld in artikel 9, is bepaald, de deelneming of de verdere deelneming aan het schoolonderzoek ontzeggen, hetgeen tevens ontzegging van deelneming aan het centraal geregelde gedeelte van het eindexamen inhoudt, dan wel minder vergaande maatregelen nemen.
2. Indien de onregelmatigheid eerst wordt ontdekt na afloop van het schoolonderzoek, kunnen de directeur en de betrokken examinator onderscheidenlijk de betrokken examinatoren gezamenlijk het schoolonderzoek ongeldig verklaren, hetgeen tevens ontzegging van deelneming aan het centraal geregelde gedeelte van het eindexamen inhoudt, of kunnen zij, onverminderd hetgeen daaromtrent nader in de regeling van het schoolonderzoek, bedoeld in artikel 9, is bepaald, bepalen, dat het schoolonderzoek slechts geldig is na een hernieuwd schoolonderzoek in de door hen aan te wijzen onderdelen en op de door hen te bepalen wijze.
3. Alvorens een beslissing ingevolge het eerste of tweede lid wordt genomen, hoort de directeur onderscheidenlijk horen de directeur en de betrokken examinator onderscheidenlijk de betrokken examinatoren gezamenlijk, de kandidaat. De kandidaat kan zich door een door hem aan te wijzen meerderjarige persoon laten bijstaan. De directeur deelt zijn beslissing of die van hem en de betrokken examinator onderscheidenlijk de betrokken examinatoren gezamenlijk onverwijld mede aan de kandidaat, zo mogelijk mondeling en in ieder geval schriftelijk. In de schriftelijke mededeling wordt tevens gewezen op het bepaalde in het vierde lid. De schriftelijke mededeling wordt tegelijkertijd in afschrift toegezonden aan de ouders, voogden of verzorgers van de kandidaat indien deze minderjarig is, alsmede aan de inspecteur.
4. De kandidaat kan tegen een beslissing van de directeur en tegen een beslissing van de directeur en de betrokken examinator onderscheidenlijk de betrokken examinatoren gezamenlijk, in beroep gaan bij de door het bevoegd gezag van de school in te stellen commissie van beroep. Van de commissie van beroep mogen de directeur en de betrokken examinator onderscheidenlijk de betrokken examinatoren geen deel uitmaken. Het beroep wordt binnen drie dagen nadat de beslissing schriftelijk ter kennis van de kandidaat is gebracht, schriftelijk bij de commissie van beroep ingesteld. De commissie stelt een onderzoek in en beslist binnen twee weken op het beroep tenzij zij de termijn met redenen omkleed heeft verlengd met ten hoogste twee weken. De commissie stelt bij haar beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het schoolonderzoek geheel of gedeeltelijk af te leggen of opnieuw af te leggen. De commissie deelt haar beslissing schriftelijk mede aan de inspecteur.
2. Indien de onregelmatigheid eerst wordt ontdekt na afloop van het schoolonderzoek, kunnen de directeur en de betrokken examinator onderscheidenlijk de betrokken examinatoren gezamenlijk het schoolonderzoek ongeldig verklaren, hetgeen tevens ontzegging van deelneming aan het centraal geregelde gedeelte van het eindexamen inhoudt, of kunnen zij, onverminderd hetgeen daaromtrent nader in de regeling van het schoolonderzoek, bedoeld in artikel 9, is bepaald, bepalen, dat het schoolonderzoek slechts geldig is na een hernieuwd schoolonderzoek in de door hen aan te wijzen onderdelen en op de door hen te bepalen wijze.
3. Alvorens een beslissing ingevolge het eerste of tweede lid wordt genomen, hoort de directeur onderscheidenlijk horen de directeur en de betrokken examinator onderscheidenlijk de betrokken examinatoren gezamenlijk, de kandidaat. De kandidaat kan zich door een door hem aan te wijzen meerderjarige persoon laten bijstaan. De directeur deelt zijn beslissing of die van hem en de betrokken examinator onderscheidenlijk de betrokken examinatoren gezamenlijk onverwijld mede aan de kandidaat, zo mogelijk mondeling en in ieder geval schriftelijk. In de schriftelijke mededeling wordt tevens gewezen op het bepaalde in het vierde lid. De schriftelijke mededeling wordt tegelijkertijd in afschrift toegezonden aan de ouders, voogden of verzorgers van de kandidaat indien deze minderjarig is, alsmede aan de inspecteur.
4. De kandidaat kan tegen een beslissing van de directeur en tegen een beslissing van de directeur en de betrokken examinator onderscheidenlijk de betrokken examinatoren gezamenlijk, in beroep gaan bij de door het bevoegd gezag van de school in te stellen commissie van beroep. Van de commissie van beroep mogen de directeur en de betrokken examinator onderscheidenlijk de betrokken examinatoren geen deel uitmaken. Het beroep wordt binnen drie dagen nadat de beslissing schriftelijk ter kennis van de kandidaat is gebracht, schriftelijk bij de commissie van beroep ingesteld. De commissie stelt een onderzoek in en beslist binnen twee weken op het beroep tenzij zij de termijn met redenen omkleed heeft verlengd met ten hoogste twee weken. De commissie stelt bij haar beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het schoolonderzoek geheel of gedeeltelijk af te leggen of opnieuw af te leggen. De commissie deelt haar beslissing schriftelijk mede aan de inspecteur.