BWBR0002526
Geldig vanaf 1966-06-01
Artikel 7
Reglement op de Raccordementen 1966
1. De raccordementstreinen voeren des nachts, alsmede bij mistig weer en bij slecht zicht, voorop drie witte lichten en op, in de voor het openbaar verkeer openstaande weg gelegen, raccordementsgedeelten achterop een rood licht.
2. Van het bepaalde in het eerste lid kan op de plaatsen waar moet worden gerangeerd, alsmede bij raccordementstreinen waarvan het krachtvoertuig niet aan het hoofd is geplaatst, en in geval van onvoorziene omstandigheden, welke de noodzaak daartoe medebrengen, worden afgeweken, mits het krachtvoertuig voorop en achterop een wit licht voert en de bewegingen worden uitgevoerd op bevel van een raccordementsbeambte, die zorg draagt voor het waarschuwen van het wegverkeer overeenkomstig het bepaalde in artikel 6.
3. Voor het berijden van het raccordement met motorlorries en andere bijzondere voertuigen stellen bestuurders veililgheidsmaatregelen vast.
2. Van het bepaalde in het eerste lid kan op de plaatsen waar moet worden gerangeerd, alsmede bij raccordementstreinen waarvan het krachtvoertuig niet aan het hoofd is geplaatst, en in geval van onvoorziene omstandigheden, welke de noodzaak daartoe medebrengen, worden afgeweken, mits het krachtvoertuig voorop en achterop een wit licht voert en de bewegingen worden uitgevoerd op bevel van een raccordementsbeambte, die zorg draagt voor het waarschuwen van het wegverkeer overeenkomstig het bepaalde in artikel 6.
3. Voor het berijden van het raccordement met motorlorries en andere bijzondere voertuigen stellen bestuurders veililgheidsmaatregelen vast.