BWBR0002526
Geldig vanaf 1966-06-01
Artikel 13a
Reglement op de Raccordementen 1966
1. Onverminderd het in de artikelen 12en 13bepaalde, is het een ieder, behoudens uit de aard van zijn betrekking, verboden zich in of op een raccordement dan wel in een trein in een zodanige toestand te bevinden of zich zodanig te gedragen dat orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang wordt of kan worden verstoord.
2. Als verstoring van orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang worden beschouwd:
a. gedragingen waardoor de bediening en het gebruik van voorzieningen of van een trein dan wel de taakuitoefening van het personeel van de bestuurders worden verhinderd of belemmerd;
b. misbruik maken van voorzieningen dan wel gebruik maken van voorzieningen of van een trein op een tijdstip waarop deze niet voor gebruik beschikbaar zijn dan wel op een andere wijze dan waarvoor deze bestemd zijn;
c. uit een trein werpen van stoffen of van voorwerpen;
d. zich in kennelijke staat van dronkenschap of onder kennelijke invloed van verdovende middelen bevinden;
e. afsteken van vuurwerk, rumoer maken dan wel op zodanige wijze geluid voortbrengen dat anderen daarvan hinder ondervinden;
f. uitoefenen van beroep of bedrijf;
g. tentoonstellen van voorwerpen, maken van reclame of propaganda, verspreiden van drukwerken, bedelen of houden van inzamelingen;
h. meenemen in een trein van dieren, stoffen of voorwerpen die hinder, gevaar, verontreiniging of beschadiging veroorzaken of kunnen veroorzaken;
i. roken in een trein alsmede op gedeelten van een raccordement ten aanzien waarvan de bestuurders hebben aangegeven dat roken niet is toegestaan;
j. zich bevinden op een raccordement op een tijdstip dat dit kenbaar gesloten is of op een gedeelte van een raccordement dat kenbaar daartoe niet toegankelijk is;
k. zich op een raccordement begeven langs een andere dan de daarvoor bestemde weg;
l. op een andere wijze hinder, gevaar, verontreiniging of beschadiging veroorzaken of kunnen veroorzaken.
3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing voor zover de bestuurders daarvoor, met inachtneming van de belangen van reizigers, toestemming hebben gegeven.
2. Als verstoring van orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang worden beschouwd:
a. gedragingen waardoor de bediening en het gebruik van voorzieningen of van een trein dan wel de taakuitoefening van het personeel van de bestuurders worden verhinderd of belemmerd;
b. misbruik maken van voorzieningen dan wel gebruik maken van voorzieningen of van een trein op een tijdstip waarop deze niet voor gebruik beschikbaar zijn dan wel op een andere wijze dan waarvoor deze bestemd zijn;
c. uit een trein werpen van stoffen of van voorwerpen;
d. zich in kennelijke staat van dronkenschap of onder kennelijke invloed van verdovende middelen bevinden;
e. afsteken van vuurwerk, rumoer maken dan wel op zodanige wijze geluid voortbrengen dat anderen daarvan hinder ondervinden;
f. uitoefenen van beroep of bedrijf;
g. tentoonstellen van voorwerpen, maken van reclame of propaganda, verspreiden van drukwerken, bedelen of houden van inzamelingen;
h. meenemen in een trein van dieren, stoffen of voorwerpen die hinder, gevaar, verontreiniging of beschadiging veroorzaken of kunnen veroorzaken;
i. roken in een trein alsmede op gedeelten van een raccordement ten aanzien waarvan de bestuurders hebben aangegeven dat roken niet is toegestaan;
j. zich bevinden op een raccordement op een tijdstip dat dit kenbaar gesloten is of op een gedeelte van een raccordement dat kenbaar daartoe niet toegankelijk is;
k. zich op een raccordement begeven langs een andere dan de daarvoor bestemde weg;
l. op een andere wijze hinder, gevaar, verontreiniging of beschadiging veroorzaken of kunnen veroorzaken.
3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing voor zover de bestuurders daarvoor, met inachtneming van de belangen van reizigers, toestemming hebben gegeven.