BWBR0002526
Geldig vanaf 1966-06-01
Artikel 10
Reglement op de Raccordementen 1966
1. Indien gedurende de rit zich feiten voordoen of omstandigheden blijken waardoor de veiligheid van het verkeer over het raccordement in gevaar gebracht wordt of is, draagt de raccordementsbeambte, aan wie de leiding van de raccordementstrein is opgedragen, ervoor zorg, dat degene die belast is met de leiding van de dienst op het raccordement, zo spoedig mogelijk wordt ingelicht.
2. Bij ongevallen neemt de in het eerste lid genoemde raccordementsbeambte de nodige maatregelen tot beveiliging van de raccordementstrein.
3. Door bestuurders wordt zo spoedig mogelijk aan Onze Minister kennis gegeven van:
a. alle in het eerste lid bedoelde feiten en omstandigheden;
b. de niet onder a begrepen ongevallen, waarbij personen zijn gewond of gedood.
Wanneer een ernstig ongeval heeft plaats gevonden, wordt daarbij mededeling gedaan van tijdstip en plaats van het door bestuurders in te stellen onderzoek; Onze Minister of de door deze aan te wijzen ambtenaar kan het onderzoek bijwonen. De bestuurders doen aan Onze Minister een verslag van elk onderzoek toekomen in de door deze gewenste vorm.
4. Ingeval een ongeval de dood of de verwonding van een of meer personen tengevolge heeft gehad, wordt daarvan onmiddellijk door bestuurders telefonisch kennis gegeven aan de Burgemeester van de gemeente in welke het ongeval heeft plaatsgevonden en aan de officier van justitie in het arrondissement waarin de rechtbank is gelegen waartoe die gemeente behoort.
5. De in het derde lid, eerste volzin, onder b, en in het vierde lid bedoelde kennisgevingen behoeven niet te geschieden in gevallen van verwonding van lichte aard.
2. Bij ongevallen neemt de in het eerste lid genoemde raccordementsbeambte de nodige maatregelen tot beveiliging van de raccordementstrein.
3. Door bestuurders wordt zo spoedig mogelijk aan Onze Minister kennis gegeven van:
a. alle in het eerste lid bedoelde feiten en omstandigheden;
b. de niet onder a begrepen ongevallen, waarbij personen zijn gewond of gedood.
Wanneer een ernstig ongeval heeft plaats gevonden, wordt daarbij mededeling gedaan van tijdstip en plaats van het door bestuurders in te stellen onderzoek; Onze Minister of de door deze aan te wijzen ambtenaar kan het onderzoek bijwonen. De bestuurders doen aan Onze Minister een verslag van elk onderzoek toekomen in de door deze gewenste vorm.
4. Ingeval een ongeval de dood of de verwonding van een of meer personen tengevolge heeft gehad, wordt daarvan onmiddellijk door bestuurders telefonisch kennis gegeven aan de Burgemeester van de gemeente in welke het ongeval heeft plaatsgevonden en aan de officier van justitie in het arrondissement waarin de rechtbank is gelegen waartoe die gemeente behoort.
5. De in het derde lid, eerste volzin, onder b, en in het vierde lid bedoelde kennisgevingen behoeven niet te geschieden in gevallen van verwonding van lichte aard.