BWBR0002526
Geldig vanaf 1966-06-01
Artikel 11
Reglement op de Raccordementen 1966
1. De raccordementsbeambten worden door de bestuurders aangewezen. De aanwijzing behoeft de instemming van Onze Minister; deze kan de instemming ook achteraf verlenen. Raccordementsbeambten kunnen worden beëdigd.
2. De eed (belofte) wordt afgelegd ten overstaan van een kantonrechter van een rechtbank en luidt als volgt:
"Ik zweer (beloof), dat ik alle plichten, welke mij door of krachtens de Locaalspoor- en Tramwegwetzijn of zullen worden opgelegd, eerlijk en vlijtig zal vervullen.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig (Dat beloof ik)".
2. De eed (belofte) wordt afgelegd ten overstaan van een kantonrechter van een rechtbank en luidt als volgt:
"Ik zweer (beloof), dat ik alle plichten, welke mij door of krachtens de Locaalspoor- en Tramwegwetzijn of zullen worden opgelegd, eerlijk en vlijtig zal vervullen.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig (Dat beloof ik)".