BWBR0002526
Geldig vanaf 1966-06-01
Artikel 6
Reglement op de Raccordementen 1966
1. De machinist van een raccordementstrein is verplicht bij het berijden van een raccordementsgedeelte dat is gelegen in een voor het openbaar verkeer openstaande weg:
a. de snelheid te verminderen en zonodig te stoppen als de veiligheid van het verkeer dat verlangt;
b. weggebruikers voor te laten gaan;
c. de aanwijzingen 1 tot en met 7 van bijlage 2, behorende bij het RVV 1990, op te volgen;
d. aan weggebruikers de voor het rijden van de raccordementstrein en voor de veiligheid van het verkeer benodigde stoptekens, zoals bedoeld in artikel 82, vierde lid, van het RVV 1990, en andere aanwijzingen te geven.
2. Indien de machinist onvoldoende uitzicht heeft, of de hem in het eerste lid opgelegde verplichtingen niet zelf na kan komen, moet de raccordementstrein worden begeleid door een raccordementsbeambte die deze taken van hem overneemt. De raccordementsbeambte geeft alle voor de veiligheid noodzakelijke opdrachten aan de machinist.
3. Indien de bijzondere situatie van een raccordementsgedeelte dat is gelegen in een voor het openbaar verkeer openstaande weg dit nodig maakt, dragen bestuurders, in overleg met het gezag dat bevoegd is tot het nemen van de in het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer bedoelde verkeersbesluiten, dan wel met de wegbeheerder, zorg voor het tot stand brengen van aanvullende maatregelen en voorzieningen voor de veiligheid van het verkeer.
a. de snelheid te verminderen en zonodig te stoppen als de veiligheid van het verkeer dat verlangt;
b. weggebruikers voor te laten gaan;
c. de aanwijzingen 1 tot en met 7 van bijlage 2, behorende bij het RVV 1990, op te volgen;
d. aan weggebruikers de voor het rijden van de raccordementstrein en voor de veiligheid van het verkeer benodigde stoptekens, zoals bedoeld in artikel 82, vierde lid, van het RVV 1990, en andere aanwijzingen te geven.
2. Indien de machinist onvoldoende uitzicht heeft, of de hem in het eerste lid opgelegde verplichtingen niet zelf na kan komen, moet de raccordementstrein worden begeleid door een raccordementsbeambte die deze taken van hem overneemt. De raccordementsbeambte geeft alle voor de veiligheid noodzakelijke opdrachten aan de machinist.
3. Indien de bijzondere situatie van een raccordementsgedeelte dat is gelegen in een voor het openbaar verkeer openstaande weg dit nodig maakt, dragen bestuurders, in overleg met het gezag dat bevoegd is tot het nemen van de in het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer bedoelde verkeersbesluiten, dan wel met de wegbeheerder, zorg voor het tot stand brengen van aanvullende maatregelen en voorzieningen voor de veiligheid van het verkeer.