BWBR0002526
Geldig vanaf 1966-06-01
Artikel 12
Reglement op de Raccordementen 1966
1. Het is aan een ieder, wie het uit de aard zijner betrekking niet vrij staat, verboden te lopen of te rijden dan wel dieren te drijven of te laten lopen langs of op de gedeelten van een raccordement, die niet zijn gelegen in een overweg of in een voor het openbaar verkeer openstaande weg, tenzij daarvoor door de bestuurders toestemming is gegeven.
2. Een ieder is verplicht op overwegen in wegen die niet voor het openbaar verkeer open staan, treinen, rangeerdelen en bijzondere voertuigen voor te laten gaan en daarbij de gehele overweg vrij te laten.
3. Het is een ieder verboden een overweg als bedoeld in het tweede lid, op te gaan, tenzij hij direct kan doorgaan en de overweg geheel vrij kan maken.
4. Het is een ieder verboden een overweg als bedoeld in het tweede lid, op te gaan indien een verkeerslicht, als bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel a, ben c, rood licht of rood knipperlicht toont, dan wel een stopteken als bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel e, wordt getoond.
2. Een ieder is verplicht op overwegen in wegen die niet voor het openbaar verkeer open staan, treinen, rangeerdelen en bijzondere voertuigen voor te laten gaan en daarbij de gehele overweg vrij te laten.
3. Het is een ieder verboden een overweg als bedoeld in het tweede lid, op te gaan, tenzij hij direct kan doorgaan en de overweg geheel vrij kan maken.
4. Het is een ieder verboden een overweg als bedoeld in het tweede lid, op te gaan indien een verkeerslicht, als bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel a, ben c, rood licht of rood knipperlicht toont, dan wel een stopteken als bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel e, wordt getoond.