BWBV0002414
Artikel 24
Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien
1. Bij een volledige verandering in het houderschap van een Gemeenschapsoctrooi ingevolge een rechtsvordering op grond van artikel 23, vervallen licenties en andere rechten door inschrijving van de rechthebbende in het Register van Gemeenschapsoctrooien.
2. Indien vóór de inschrijving van het instellen van deze rechtsvordering,
a. de octrooihouder de uitvinding op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat heeft toegepast of hiertoe daadwerkelijke en wezenlijke voorbereidingen heeft getroffen, of indien
b. een licentiehouder een licentie heeft verkregen en de uitvinding op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat heeft toegepast of hiertoe daadwerkelijke en wezenlijke voorbereidingen heeft getroffen,
kan hij de toepassing voortzetten mits hij de nieuwe in het Register van Gemeenschapsoctrooien ingeschreven octrooihouder om een niet-uitsluitende licentie verzoekt. Dit verzoek dient binnen de in het Uitvoeringsreglement voorgeschreven termijn te worden gedaan. De licentie moet voor een redelijke periode en op redelijke voorwaarden worden verleend.
3. Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing indien de octrooihouder of de licentiehouder te kwader trouw was toen hij met de toepassing van de uitvinding of de voorbereiding hiertoe begon.
2. Indien vóór de inschrijving van het instellen van deze rechtsvordering,
a. de octrooihouder de uitvinding op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat heeft toegepast of hiertoe daadwerkelijke en wezenlijke voorbereidingen heeft getroffen, of indien
b. een licentiehouder een licentie heeft verkregen en de uitvinding op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat heeft toegepast of hiertoe daadwerkelijke en wezenlijke voorbereidingen heeft getroffen,
kan hij de toepassing voortzetten mits hij de nieuwe in het Register van Gemeenschapsoctrooien ingeschreven octrooihouder om een niet-uitsluitende licentie verzoekt. Dit verzoek dient binnen de in het Uitvoeringsreglement voorgeschreven termijn te worden gedaan. De licentie moet voor een redelijke periode en op redelijke voorwaarden worden verleend.
3. Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing indien de octrooihouder of de licentiehouder te kwader trouw was toen hij met de toepassing van de uitvinding of de voorbereiding hiertoe begon.
- Citeren als
- Art. 24
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002414
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl