BWBR0051266
Geldig vanaf 2025-07-18
Artikel 77
Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2025
1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van geavanceerde hernieuwbare brandstof die wordt geproduceerd door een productie-installatie waarmee:
a. bioethanol wordt geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa;
b. biomethanol wordt geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa;
c. bioLNG wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting;
d. bioLNG wordt geproduceerd door middel van allesvergisting; of
e. diesel- en benzinevervangers worden geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa.
2. De geavanceerde hernieuwbare brandstof wordt in Nederland geleverd aan wegvoertuigen of binnenvaartschepen en wordt ingeboekt in het register hernieuwbare energie, bedoeld in sub-paragraaf 9.7.5 van de Wet milieubeheer.
3. De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, maakt uitsluitend gebruik van grondstoffen als bedoeld in deel A van bijlage IX bij de richtlijn (EU) 2018/2001.
4. De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en e, maakt uitsluitend gebruik van vaste grondstoffen als bedoeld onder o) met uitzondering van zwart residuloog, bruin residuloog, vezelslib, lignine en tallolie, en q) van deel A van Bijlage IX bij de richtlijn (EU) 2018/2001.
a. bioethanol wordt geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa;
b. biomethanol wordt geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa;
c. bioLNG wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting;
d. bioLNG wordt geproduceerd door middel van allesvergisting; of
e. diesel- en benzinevervangers worden geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa.
2. De geavanceerde hernieuwbare brandstof wordt in Nederland geleverd aan wegvoertuigen of binnenvaartschepen en wordt ingeboekt in het register hernieuwbare energie, bedoeld in sub-paragraaf 9.7.5 van de Wet milieubeheer.
3. De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, maakt uitsluitend gebruik van grondstoffen als bedoeld in deel A van bijlage IX bij de richtlijn (EU) 2018/2001.
4. De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en e, maakt uitsluitend gebruik van vaste grondstoffen als bedoeld onder o) met uitzondering van zwart residuloog, bruin residuloog, vezelslib, lignine en tallolie, en q) van deel A van Bijlage IX bij de richtlijn (EU) 2018/2001.