BWBR0051266
Geldig vanaf 2025-07-18
Artikel 71
Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2025
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie met een thermisch vermogen van ten minste 2 MWth, waarmee restwarmte wordt uitgekoppeld en naar een andere locatie wordt getransporteerd, waarbij ten minste de warmtewisselaar bij de uitkoppeling nieuw is, waarbij er geen sprake is van levering van stoom, en:
a. de warmte wordt opgewaardeerd met een nieuwe warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel, de warmtepomp een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en een COP-waarde van ten minste 2,5 heeft en transport plaatsvindt met behulp van een transportleiding met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding tot MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van: 1°. < 0,10;
2°. ≥ 0,10 en < 0,20;
3°. ≥ 0,20 en < 0,30;
4°. ≥ 0,30 en < 0,40;
5°. ≥ 0,40; of
1°. < 0,10;
2°. ≥ 0,10 en < 0,20;
3°. ≥ 0,20 en < 0,30;
4°. ≥ 0,30 en < 0,40;
5°. ≥ 0,40; of
b. de warmte niet wordt opgewaardeerd en transport plaatsvindt met behulp van een transportleiding met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding tot MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van: 1°. ≥ 0,10 en < 0,20;
2°. ≥ 0,20 en < 0,30;
3°. ≥ 0,30 en < 0,40;
4°. ≥ 0,40.
1°. ≥ 0,10 en < 0,20;
2°. ≥ 0,20 en < 0,30;
3°. ≥ 0,30 en < 0,40;
4°. ≥ 0,40.
a. de warmte wordt opgewaardeerd met een nieuwe warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel, de warmtepomp een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en een COP-waarde van ten minste 2,5 heeft en transport plaatsvindt met behulp van een transportleiding met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding tot MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van: 1°. < 0,10;
2°. ≥ 0,10 en < 0,20;
3°. ≥ 0,20 en < 0,30;
4°. ≥ 0,30 en < 0,40;
5°. ≥ 0,40; of
1°. < 0,10;
2°. ≥ 0,10 en < 0,20;
3°. ≥ 0,20 en < 0,30;
4°. ≥ 0,30 en < 0,40;
5°. ≥ 0,40; of
b. de warmte niet wordt opgewaardeerd en transport plaatsvindt met behulp van een transportleiding met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding tot MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van: 1°. ≥ 0,10 en < 0,20;
2°. ≥ 0,20 en < 0,30;
3°. ≥ 0,30 en < 0,40;
4°. ≥ 0,40.
1°. ≥ 0,10 en < 0,20;
2°. ≥ 0,20 en < 0,30;
3°. ≥ 0,30 en < 0,40;
4°. ≥ 0,40.