BWBR0051266
Geldig vanaf 2025-07-18
Artikel 61
Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2025
1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte uit zonne-energie en buitenluchtwarmte door middel van zonnecollectoren die warmte en stroom produceren, waarbij de warmte wordt aangewend voor:
a. de verwarming van gebouwen in de gebouwde omgeving; of
b. toepassing in stadsverwarming.
2. De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, maakt gebruik van een water-water-warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel en de water-water-warmtepomp heeft een minimaal nominaal thermisch vermogen van 500 kWth en een COP-waarde van ten minste 2,5.
3. De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, maakt gebruik van een water-water-warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel en de water-water-warmtepomp heeft een minimaal nominaal thermisch vermogen van 1.400 kWth en een COP-waarde van ten minste 2,5, beschikt over een nieuwe seizoensopslag voor warmte en een nieuwe dag-nacht-opslag voor warmte uit de warmtepomp.
4. De oppervlakte aan fotovoltaïsch-thermische panelen van de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt ten minste 1,2 m 2per kWth nominaal thermisch vermogen van de warmtepomp.
5. De oppervlakte aan fotovoltaïsch-thermische panelen van de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt ten minste 4.200 m 2en ten minste 3 m 2per kWth nominaal thermisch vermogen van de warmtepomp.
a. de verwarming van gebouwen in de gebouwde omgeving; of
b. toepassing in stadsverwarming.
2. De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, maakt gebruik van een water-water-warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel en de water-water-warmtepomp heeft een minimaal nominaal thermisch vermogen van 500 kWth en een COP-waarde van ten minste 2,5.
3. De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, maakt gebruik van een water-water-warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel en de water-water-warmtepomp heeft een minimaal nominaal thermisch vermogen van 1.400 kWth en een COP-waarde van ten minste 2,5, beschikt over een nieuwe seizoensopslag voor warmte en een nieuwe dag-nacht-opslag voor warmte uit de warmtepomp.
4. De oppervlakte aan fotovoltaïsch-thermische panelen van de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt ten minste 1,2 m 2per kWth nominaal thermisch vermogen van de warmtepomp.
5. De oppervlakte aan fotovoltaïsch-thermische panelen van de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt ten minste 4.200 m 2en ten minste 3 m 2per kWth nominaal thermisch vermogen van de warmtepomp.