BWBR0051266
Geldig vanaf 2025-07-18
Artikel 35
Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2025
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie waarmee:
a. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is;
b. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is en het nominale elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt;
c. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 1.500 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is;
d. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 1.500 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en het nominale elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt;
e. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 275 kW en kleiner dan of gelijk aan 1.500 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is;
f. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 275 kW en kleiner dan of gelijk aan 1.500 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en het nominale elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt;
g. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 110 kW en kleiner dan of gelijk aan 275 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is;
h. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 110 kW en kleiner dan of gelijk aan 275 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en het nominale elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt;
i. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 110 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; of
j. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 110 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is.
a. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is;
b. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is en het nominale elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt;
c. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 1.500 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is;
d. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 1.500 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en het nominale elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt;
e. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 275 kW en kleiner dan of gelijk aan 1.500 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is;
f. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 275 kW en kleiner dan of gelijk aan 1.500 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en het nominale elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt;
g. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 110 kW en kleiner dan of gelijk aan 275 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is;
h. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 110 kW en kleiner dan of gelijk aan 275 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en het nominale elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt;
i. hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 110 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; of
j. hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 110 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is.