BWBR0051266
Geldig vanaf 2025-07-18
Artikel 15
Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2025
1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, niet zijnde een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie als bedoeld in de artikelen 17en 19;
a. die is aangesloten op een elektriciteitsnet met een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A; en
b. die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 1 januari 2025, bedoeld in bijlage 2, een windsnelheid heeft van: 1°. ≥ 8,0 m/s;
2°. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s;
3°. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s;
4°. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of
5°. < 6,75 m/s.
1°. ≥ 8,0 m/s;
2°. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s;
3°. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s;
4°. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of
5°. < 6,75 m/s.
2. De productie-installatie is niet opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone.
3. Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van het indienen van de aanvraag een windturbine of windturbines staan of hebben gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien:
a. het nominale en te realiseren vermogen van de productie-installatie ten opzichte van de te vervangen windturbine of windturbines of ten opzichte van de windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan, ten minste 1 MW toeneemt per te vervangen windturbine of windturbines of per windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan; of
b. de te vervangen windturbine of windturbines of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan op het in de aanvraag opgenomen moment van vervanging ten minste vijftien jaar op die locatie in gebruik zijn of zijn geweest en op het moment van het indienen van de aanvraag ten minste dertien jaar geleden in gebruik zijn genomen.
a. die is aangesloten op een elektriciteitsnet met een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A; en
b. die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 1 januari 2025, bedoeld in bijlage 2, een windsnelheid heeft van: 1°. ≥ 8,0 m/s;
2°. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s;
3°. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s;
4°. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of
5°. < 6,75 m/s.
1°. ≥ 8,0 m/s;
2°. ≥ 7,5 en < 8,0 m/s;
3°. ≥ 7,0 en < 7,5 m/s;
4°. ≥ 6,75 en < 7,0 m/s; of
5°. < 6,75 m/s.
2. De productie-installatie is niet opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone.
3. Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van het indienen van de aanvraag een windturbine of windturbines staan of hebben gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien:
a. het nominale en te realiseren vermogen van de productie-installatie ten opzichte van de te vervangen windturbine of windturbines of ten opzichte van de windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan, ten minste 1 MW toeneemt per te vervangen windturbine of windturbines of per windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan; of
b. de te vervangen windturbine of windturbines of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan op het in de aanvraag opgenomen moment van vervanging ten minste vijftien jaar op die locatie in gebruik zijn of zijn geweest en op het moment van het indienen van de aanvraag ten minste dertien jaar geleden in gebruik zijn genomen.