BWBR0051266
Geldig vanaf 2025-07-18
Artikel 22
Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2025
1. De subsidie, bedoeld in artikel 21, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.
2. De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdelen 1°, 3° en 5°, onderdeel b, subonderdeel 1°, en onderdeel c, subonderdelen 1° en 4°, binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
3. De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdelen 2° en 4°, binnen drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
4. De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, onderdeel c, subonderdelen 2°, 3° en 5°, en onderdeel d, subonderdelen 1°, 2° en 3°, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
5. Artikel 3, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregelingis niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdelen 1°, 3° en 5°, onderdeel b, subonderdeel 1°, en onderdeel c, subonderdelen 1° en 4°.
2. De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdelen 1°, 3° en 5°, onderdeel b, subonderdeel 1°, en onderdeel c, subonderdelen 1° en 4°, binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
3. De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdelen 2° en 4°, binnen drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
4. De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, onderdeel c, subonderdelen 2°, 3° en 5°, en onderdeel d, subonderdelen 1°, 2° en 3°, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
5. Artikel 3, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregelingis niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdelen 1°, 3° en 5°, onderdeel b, subonderdeel 1°, en onderdeel c, subonderdelen 1° en 4°.