BWBR0050941
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 3.5.1
Besluit bemanning zeeschepen
1. Een zeevarende die is belast met taken op het gebied van veiligheid of het voorkomen van verontreiniging, van een zeeschip, niet zijnde een vissersvaartuig, krijgt alvorens hij zijn taak aan boord aanvangt instructie in overeenstemming met sectie A-VI/1, paragraaf 1 van de STCW-code en is in het bezit van een bekwaamheidsbewijs basisveiligheid dat ten minste voldoet aan voorschrift VI/1 van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993.
2. Een zeevarende niet zijnde een zeevarende als bedoeld in het eerste lid, krijgt, alvorens hij zijn taak aan boord aanvangt instructie in overeenstemming met sectie A-VI/1, paragraaf 1, van de STCW-code.
3. Een bekwaamheidsbewijs basisveiligheid is geldig tot ten hoogste 5 jaar na de datum van afgifte.
4. Een bekwaamheidsbewijs basisveiligheid wordt op verzoek vernieuwd indien de houder met tussenpozen van niet meer dan 5 jaar aantoont een passende herhalingstraining te hebben gevolgd.
2. Een zeevarende niet zijnde een zeevarende als bedoeld in het eerste lid, krijgt, alvorens hij zijn taak aan boord aanvangt instructie in overeenstemming met sectie A-VI/1, paragraaf 1, van de STCW-code.
3. Een bekwaamheidsbewijs basisveiligheid is geldig tot ten hoogste 5 jaar na de datum van afgifte.
4. Een bekwaamheidsbewijs basisveiligheid wordt op verzoek vernieuwd indien de houder met tussenpozen van niet meer dan 5 jaar aantoont een passende herhalingstraining te hebben gevolgd.