BWBR0050941
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 2.4.4
Besluit bemanning zeeschepen
1. Aan boord van een zeeschip waarvan de voorgeschreven bemanning uit meer dan 9 personen bestaat, is een scheepskok belast met het beheer en de bereiding van de voeding.
2. Onder scheepskok wordt verstaan een persoon van 18 jaar of ouder in het bezit van een bekwaamheidsbewijs scheepskok dat ten minste voldoet aan voorschrift 3.2, titel 3, van de bijlage bij het MLC-verdrag.
3. Onze Minister kan een vaarbevoegdheidsbewijs of bekwaamheidsbewijs, door de bevoegde autoriteiten in een verdragspartij afgegeven op grond van het Verdrag inzake het diploma van bekwaamheid als scheepskok, 1946 (Trb. 1951, 24) of van het MLC-verdrag, als gelijkwaardig aan het bekwaamheidsbewijs scheepskok erkennen.
4. Aan boord van een zeeschip waarvan de voorgeschreven bemanning uit minder dan tien personen bestaat, heeft eenieder die in de kombuis levensmiddelen verwerkt een opleiding genoten of instructie gekregen op het gebied van voeding, persoonlijke hygiëne en de behandeling en opslag van levensmiddelen aan boord van zeeschepen.
2. Onder scheepskok wordt verstaan een persoon van 18 jaar of ouder in het bezit van een bekwaamheidsbewijs scheepskok dat ten minste voldoet aan voorschrift 3.2, titel 3, van de bijlage bij het MLC-verdrag.
3. Onze Minister kan een vaarbevoegdheidsbewijs of bekwaamheidsbewijs, door de bevoegde autoriteiten in een verdragspartij afgegeven op grond van het Verdrag inzake het diploma van bekwaamheid als scheepskok, 1946 (Trb. 1951, 24) of van het MLC-verdrag, als gelijkwaardig aan het bekwaamheidsbewijs scheepskok erkennen.
4. Aan boord van een zeeschip waarvan de voorgeschreven bemanning uit minder dan tien personen bestaat, heeft eenieder die in de kombuis levensmiddelen verwerkt een opleiding genoten of instructie gekregen op het gebied van voeding, persoonlijke hygiëne en de behandeling en opslag van levensmiddelen aan boord van zeeschepen.