BWBR0050941
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 2.1.3
Besluit bemanning zeeschepen
1. Onze Minister besluit tot afgifte van een bemanningscertificaat voor het betrokken zeeschip of de betrokken zeeschepen, indien naar zijn oordeel met de voorgestelde bemanningssamenstelling of bemanningssamenstellingen:
a. de veiligheid van het zeeschip en de veilige en milieuverantwoorde vaart zijn gewaarborgd;
b. de voor de bemanning geldende normen voor arbeids- en rusttijden niet worden overschreden en er rekening is gehouden met de beperking van oververmoeidheid van zeevarenden;
c. aan de eisen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet, kan worden voldaan; en
d. wordt voldaan aan het bij of krachtens artikel 4, derde lid, van de wet bepaalde.
2. De scheepsbeheerder verstrekt desgevraagd nadere inlichtingen over het bemanningsplan.
3. Onze Minister kan de kapitein raadplegen over de bemanningssamenstelling en het bemanningsplan alvorens te besluiten omtrent de afgifte van een bemanningscertificaat.
4. Onze Minister kan ambtshalve de bemanningssamenstelling of bemanningssamenstellingen van het betrokken zeeschip of de betrokken zeeschepen vaststellen en geeft dienovereenkomstig een bemanningscertificaat af, indien hij van oordeel is dat met de bemanningssamenstelling of bemanningssamenstellingen die door de scheepsbeheerder worden voorgesteld niet of niet geheel kan worden voldaan aan het eerste lid.
5. De scheepsbeheerder verschaft de kapitein een afschrift van het bemanningsplan, dat is voorzien van de eventuele aanvullende gegevens die zijn verstrekt op grond van het derde lid, en dat behoort bij het geldige bemanningscertificaat.
6. Een bemanningscertificaat kan worden afgegeven met gebruikmaking van een bij ministeriële regeling vast te stellen format voor een geautomatiseerd bestand.
a. de veiligheid van het zeeschip en de veilige en milieuverantwoorde vaart zijn gewaarborgd;
b. de voor de bemanning geldende normen voor arbeids- en rusttijden niet worden overschreden en er rekening is gehouden met de beperking van oververmoeidheid van zeevarenden;
c. aan de eisen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet, kan worden voldaan; en
d. wordt voldaan aan het bij of krachtens artikel 4, derde lid, van de wet bepaalde.
2. De scheepsbeheerder verstrekt desgevraagd nadere inlichtingen over het bemanningsplan.
3. Onze Minister kan de kapitein raadplegen over de bemanningssamenstelling en het bemanningsplan alvorens te besluiten omtrent de afgifte van een bemanningscertificaat.
4. Onze Minister kan ambtshalve de bemanningssamenstelling of bemanningssamenstellingen van het betrokken zeeschip of de betrokken zeeschepen vaststellen en geeft dienovereenkomstig een bemanningscertificaat af, indien hij van oordeel is dat met de bemanningssamenstelling of bemanningssamenstellingen die door de scheepsbeheerder worden voorgesteld niet of niet geheel kan worden voldaan aan het eerste lid.
5. De scheepsbeheerder verschaft de kapitein een afschrift van het bemanningsplan, dat is voorzien van de eventuele aanvullende gegevens die zijn verstrekt op grond van het derde lid, en dat behoort bij het geldige bemanningscertificaat.
6. Een bemanningscertificaat kan worden afgegeven met gebruikmaking van een bij ministeriële regeling vast te stellen format voor een geautomatiseerd bestand.