BWBR0049781
Geldig vanaf 2025-06-13
Artikel 24
Subsidieregeling Landelijk dekkend netwerk onderwijsregio’s
1. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0037603/artikel/9.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9.1, vierde lid, van de Kaderregeling</a>, wordt de subsidie aan de penvoerder binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagperiode verleend. De minister verstrekt een voorschot van 100%, dat in vier termijnen wordt uitbetaald. De betaling van de eerste termijn zal plaatsvinden in februari 2026 en zal 25% betreffen van het subsidiebedrag. De betalingen van de overige termijnen zullen plaatsvinden in februari 2027, februari 2028 en februari 2029 als aan alle subsidieverplichtingen als bedoeld in artikel 22tot dan toe is voldaan.
2. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de <a href="/wet/BWBR0023132" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1</a>.
3. Indien de opgave van het aantal studenten en zij-instromers voor de schooljaren 2025–2026, 2026–2027 of het beoogde aantal voor 2027–2028, bedoeld in artikel 22, vierde en vijfde lid, afwijkt van het opgegeven aantal studenten en zij-instromers in de aanvraag, bedoeld in artikel 17, vijfde lid, onderdeel d, dan wordt het verleende bedrag, bedoeld in het eerste lid, bijgesteld.
4. Indien er wijzigingen optreden, dient de onderwijsregio dit te melden bij DUS-I en kan het verleende bedrag, bedoeld in het eerste lid worden bijgesteld. Indien wijzigingen leiden tot bijstelling van het verleende bedrag, vindt de aanpassing hiervan jaarlijks plaats bij de uitbetaling van de eerstvolgende betalingstermijn.
5. Indien niet wordt voldaan aan een subsidieverplichting als bedoeld in artikel 22wordt de eerstvolgende betalingstermijn, bedoeld in het eerste lid, opgeschort totdat aan de verplichting is voldaan.
6. De subsidie wordt binnen één jaar na indiening van de jaarverslaggeving over het laatste jaar van de activiteitenperiode en beoordeling van de rapportages, bedoeld in artikel 22, zevende lidvastgesteld.
7. Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht en is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.
8. De penvoerder toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.
2. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de <a href="/wet/BWBR0023132" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1</a>.
3. Indien de opgave van het aantal studenten en zij-instromers voor de schooljaren 2025–2026, 2026–2027 of het beoogde aantal voor 2027–2028, bedoeld in artikel 22, vierde en vijfde lid, afwijkt van het opgegeven aantal studenten en zij-instromers in de aanvraag, bedoeld in artikel 17, vijfde lid, onderdeel d, dan wordt het verleende bedrag, bedoeld in het eerste lid, bijgesteld.
4. Indien er wijzigingen optreden, dient de onderwijsregio dit te melden bij DUS-I en kan het verleende bedrag, bedoeld in het eerste lid worden bijgesteld. Indien wijzigingen leiden tot bijstelling van het verleende bedrag, vindt de aanpassing hiervan jaarlijks plaats bij de uitbetaling van de eerstvolgende betalingstermijn.
5. Indien niet wordt voldaan aan een subsidieverplichting als bedoeld in artikel 22wordt de eerstvolgende betalingstermijn, bedoeld in het eerste lid, opgeschort totdat aan de verplichting is voldaan.
6. De subsidie wordt binnen één jaar na indiening van de jaarverslaggeving over het laatste jaar van de activiteitenperiode en beoordeling van de rapportages, bedoeld in artikel 22, zevende lidvastgesteld.
7. Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht en is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.
8. De penvoerder toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.