BWBR0049781
Geldig vanaf 2025-06-13
Artikel 23
Subsidieregeling Landelijk dekkend netwerk onderwijsregio’s
1. Een bevoegd gezag dat deelneemt aan de onderwijsregio treedt namens de andere bevoegde gezagsorganen in de regio op als penvoerder.
2. De subsidie, bedoeld in artikel 14, wordt aangevraagd door, verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder.
3. De penvoerder is verantwoordelijk voor alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke van de deelnemende partijen feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
4. Indien de penvoerder met een ander bevoegd gezag dat deelneemt aan de onderwijsregio schriftelijk overeenkomt het penvoerderschap aan dat andere bevoegd gezag over te dragen:
a. wordt de subsidie, onverminderd het bepaalde in het eerste tot en met derde lid, geacht met terugwerkende kracht aan de nieuwe penvoerder te zijn verleend; en
b. worden eventueel reeds door de oorspronkelijke penvoerder ontvangen voorschotten geacht met terugwerkende kracht aan hem te zijn betaald op grond van artikel 4:89, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
5. Een overeenkomst als bedoeld in het vierde lid wordt, alvorens die in werking treedt, ter goedkeuring voorgelegd aan de minister en bevat, voor zover sprake is van reeds betaalde voorschotten, een regeling over bijschrijving daarvan op het vroegst mogelijke moment op een bankrekening van de nieuwe penvoerder.
2. De subsidie, bedoeld in artikel 14, wordt aangevraagd door, verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder.
3. De penvoerder is verantwoordelijk voor alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke van de deelnemende partijen feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
4. Indien de penvoerder met een ander bevoegd gezag dat deelneemt aan de onderwijsregio schriftelijk overeenkomt het penvoerderschap aan dat andere bevoegd gezag over te dragen:
a. wordt de subsidie, onverminderd het bepaalde in het eerste tot en met derde lid, geacht met terugwerkende kracht aan de nieuwe penvoerder te zijn verleend; en
b. worden eventueel reeds door de oorspronkelijke penvoerder ontvangen voorschotten geacht met terugwerkende kracht aan hem te zijn betaald op grond van artikel 4:89, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
5. Een overeenkomst als bedoeld in het vierde lid wordt, alvorens die in werking treedt, ter goedkeuring voorgelegd aan de minister en bevat, voor zover sprake is van reeds betaalde voorschotten, een regeling over bijschrijving daarvan op het vroegst mogelijke moment op een bankrekening van de nieuwe penvoerder.