BWBR0049781
Geldig vanaf 2025-06-13
Artikel 22
Subsidieregeling Landelijk dekkend netwerk onderwijsregio’s
1. De activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt, worden uitgevoerd in de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2029.
2. De penvoerder dient uiterlijk op 12 oktober 2026 de meerjarige ambitieafspraken van de onderwijsregio tot en met 2029 in bij DUS-I. De ambitieafspraken worden door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap openbaar gemaakt met inachtneming van de voorschriften van de algemene verordening gegevensbescherming.
3. De penvoerder dient uiterlijk op 12 oktober 2026, 12 oktober 2027 en 12 oktober 2028 bij DUS-I een geactualiseerd activiteitenplan als bedoeld in artikel 19, eerste lid, en een geactualiseerde begroting als bedoeld in artikel 17, vijfde lid, onderdeel f, in voor het opvolgende kalenderjaar.
4. De penvoerder dient uiterlijk op 1 september 2026 bij DUS-I een opgave in van het gerealiseerde aantal studenten en zij-instromers dat in het schooljaar 2025–2026 binnen een onderwijsregio is opgeleid aan de hand van de administratie, bedoeld in het zesde lid.
5. De penvoerder dient uiterlijk op 1 september 2027 bij DUS-I een opgave in van het gerealiseerde aantal studenten en zij-instromers dat in het schooljaar 2026–2027 is opgeleid binnen een onderwijsregio aan de hand van de administratie, bedoeld in het zesde lid. Op basis van de aangeleverde gegevens bij DUS-I over het aantal studenten en zij-instromers dat in de afgelopen vier schooljaren binnen de onderwijsregio is opgeleid wordt door DUS-I het beoogde aantal studenten en zij-instromers bepaald dat in het schooljaar 2027–2028 binnen een onderwijsregio zal worden opgeleid. Dit aantal is berekend door DUS-I op basis van het gemiddelde groeipercentage over de afgelopen vier schooljaren.
6. In aanvulling op artikel 5.2 van de Kaderregeling, is de penvoerder ervoor verantwoordelijk dat er jaarlijks een administratie wordt bijgehouden en ingediend bij DUS-I:
a. waarin inzichtelijk en controleerbaar het aantal studenten en zij-instromers is geregistreerd, dat per schooljaar binnen een onderwijsregio volgens de systematiek van samen opleiden conform het Kwaliteitskader Samen Opleiden in de Onderwijsregio is opgeleid; en
b. die zodanig is opgezet dat deze voldoende waarborgen biedt voor correcte en adequate rapportages.
7. Over de geboekte resultaten dient de penvoerder uiterlijk op 15 februari 2027, 15 februari 2028, 15 februari 2029 en 15 februari 2030 bij DUS-I een rapportage in. In de rapportage zijn een terugblik op de activiteiten en behaalde resultaten in het afgelopen kalenderjaar door de penvoerder, voortgang op de te behalen ambitieafspraken en aandachtspunten voor het opvolgend kalenderjaar door de Realisatie-Eenheid opgenomen. Dit geschiedt met gebruikmaking van het format dat daartoe door DUS-I beschikbaar wordt gesteld. De rapportage wordt door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap openbaar gemaakt met inachtneming van de voorschriften van de algemene verordening gegevensbescherming
8. De penvoerder is ervoor verantwoordelijk dat een afvaardiging van de deelnemende partijen aan de onderwijsregio jaarlijks minimaal één bestuurlijk gesprek voert met de Realisatie-Eenheid over de wijze van opvolging van de aandachtspunten van de Realisatie-Eenheid, de voortgang, de behaalde resultaten op de ambitieafspraken en de genomen maatregelen uit het activiteitenplan inclusief de begroting.
9. De penvoerder is ervoor verantwoordelijk dat de deelnemende partijen aan de onderwijsregio meewerken aan monitoring en evaluatie van de gesubsidieerde activiteiten.
10. De penvoerder is ervoor verantwoordelijk dat de deelnemende partijen aan de onderwijsregio op verzoek van de minister of de Realisatie-Eenheid actief meewerken aan kennisdelingsactiviteiten.
2. De penvoerder dient uiterlijk op 12 oktober 2026 de meerjarige ambitieafspraken van de onderwijsregio tot en met 2029 in bij DUS-I. De ambitieafspraken worden door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap openbaar gemaakt met inachtneming van de voorschriften van de algemene verordening gegevensbescherming.
3. De penvoerder dient uiterlijk op 12 oktober 2026, 12 oktober 2027 en 12 oktober 2028 bij DUS-I een geactualiseerd activiteitenplan als bedoeld in artikel 19, eerste lid, en een geactualiseerde begroting als bedoeld in artikel 17, vijfde lid, onderdeel f, in voor het opvolgende kalenderjaar.
4. De penvoerder dient uiterlijk op 1 september 2026 bij DUS-I een opgave in van het gerealiseerde aantal studenten en zij-instromers dat in het schooljaar 2025–2026 binnen een onderwijsregio is opgeleid aan de hand van de administratie, bedoeld in het zesde lid.
5. De penvoerder dient uiterlijk op 1 september 2027 bij DUS-I een opgave in van het gerealiseerde aantal studenten en zij-instromers dat in het schooljaar 2026–2027 is opgeleid binnen een onderwijsregio aan de hand van de administratie, bedoeld in het zesde lid. Op basis van de aangeleverde gegevens bij DUS-I over het aantal studenten en zij-instromers dat in de afgelopen vier schooljaren binnen de onderwijsregio is opgeleid wordt door DUS-I het beoogde aantal studenten en zij-instromers bepaald dat in het schooljaar 2027–2028 binnen een onderwijsregio zal worden opgeleid. Dit aantal is berekend door DUS-I op basis van het gemiddelde groeipercentage over de afgelopen vier schooljaren.
6. In aanvulling op artikel 5.2 van de Kaderregeling, is de penvoerder ervoor verantwoordelijk dat er jaarlijks een administratie wordt bijgehouden en ingediend bij DUS-I:
a. waarin inzichtelijk en controleerbaar het aantal studenten en zij-instromers is geregistreerd, dat per schooljaar binnen een onderwijsregio volgens de systematiek van samen opleiden conform het Kwaliteitskader Samen Opleiden in de Onderwijsregio is opgeleid; en
b. die zodanig is opgezet dat deze voldoende waarborgen biedt voor correcte en adequate rapportages.
7. Over de geboekte resultaten dient de penvoerder uiterlijk op 15 februari 2027, 15 februari 2028, 15 februari 2029 en 15 februari 2030 bij DUS-I een rapportage in. In de rapportage zijn een terugblik op de activiteiten en behaalde resultaten in het afgelopen kalenderjaar door de penvoerder, voortgang op de te behalen ambitieafspraken en aandachtspunten voor het opvolgend kalenderjaar door de Realisatie-Eenheid opgenomen. Dit geschiedt met gebruikmaking van het format dat daartoe door DUS-I beschikbaar wordt gesteld. De rapportage wordt door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap openbaar gemaakt met inachtneming van de voorschriften van de algemene verordening gegevensbescherming
8. De penvoerder is ervoor verantwoordelijk dat een afvaardiging van de deelnemende partijen aan de onderwijsregio jaarlijks minimaal één bestuurlijk gesprek voert met de Realisatie-Eenheid over de wijze van opvolging van de aandachtspunten van de Realisatie-Eenheid, de voortgang, de behaalde resultaten op de ambitieafspraken en de genomen maatregelen uit het activiteitenplan inclusief de begroting.
9. De penvoerder is ervoor verantwoordelijk dat de deelnemende partijen aan de onderwijsregio meewerken aan monitoring en evaluatie van de gesubsidieerde activiteiten.
10. De penvoerder is ervoor verantwoordelijk dat de deelnemende partijen aan de onderwijsregio op verzoek van de minister of de Realisatie-Eenheid actief meewerken aan kennisdelingsactiviteiten.