BWBR0049781
Geldig vanaf 2025-06-13
Artikel 16
Subsidieregeling Landelijk dekkend netwerk onderwijsregio’s
1. Het door een penvoerder aan te vragen subsidiebedrag bestaat uit:
a. een bedrag genoemd in bijlage 2 van deze regeling vermenigvuldigd met het aantal leerlingen en mbo-studenten op de teldatum in de onderwijsregio; en
b. een bedrag van € 1.250,– vermenigvuldigd met het aantal studenten en zij-instromers dat in het schooljaar 2024-2025 is opgeleid op de vestigingen van de desbetreffende onderwijsregio.
2. Indien sprake is van een sectoroverstijgende onderwijsregio, kan de penvoerder een aanvullend bedrag aanvragen van € 75.000 voor een sectoroverstijgende onderwijsregio die bestaat uit twee sectoren, of € 150.000 voor een sectoroverstijgende onderwijsregio die bestaat uit drie sectoren. Om dit aanvullende bedrag aan te kunnen vragen dienen de sectoren van een sectoroverstijgende onderwijsregio te voldoen aan de volgende eisen:
a. een onderwijsregio in de sector primair onderwijs heeft minimaal 15.000 leerlingen in het primair onderwijs;
b. een onderwijsregio in de sector voortgezet onderwijs heeft minimaal 15.000 leerlingen in het voortgezet onderwijs;
c. een onderwijsregio in de sector middelbaar beroepsonderwijs heeft minimaal 8.000 mbo-studenten.
3. Indien sprake is van een onderwijsregio in de G5 voor de sector primair onderwijs kan de penvoerder een aanvullend bedrag aanvragen zoals genoemd in van deze regeling.
4. Indien sprake is van een onderwijsregio in een dunbevolkt gebied, kan de penvoerder een aanvullend bedrag aanvragen zoals genoemd in bijlage 2van deze regeling.
5. Het totale bedrag voor een onderwijsregio voor de kalenderjaren 2026 tot en met 2029 is het bedrag, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid vermenigvuldigd met vier.
6. Indien het subsidieplafond, bedoeld in artikel 14, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de subsidiebedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b, per aanvraag evenredig naar beneden bijgesteld.
a. een bedrag genoemd in bijlage 2 van deze regeling vermenigvuldigd met het aantal leerlingen en mbo-studenten op de teldatum in de onderwijsregio; en
b. een bedrag van € 1.250,– vermenigvuldigd met het aantal studenten en zij-instromers dat in het schooljaar 2024-2025 is opgeleid op de vestigingen van de desbetreffende onderwijsregio.
2. Indien sprake is van een sectoroverstijgende onderwijsregio, kan de penvoerder een aanvullend bedrag aanvragen van € 75.000 voor een sectoroverstijgende onderwijsregio die bestaat uit twee sectoren, of € 150.000 voor een sectoroverstijgende onderwijsregio die bestaat uit drie sectoren. Om dit aanvullende bedrag aan te kunnen vragen dienen de sectoren van een sectoroverstijgende onderwijsregio te voldoen aan de volgende eisen:
a. een onderwijsregio in de sector primair onderwijs heeft minimaal 15.000 leerlingen in het primair onderwijs;
b. een onderwijsregio in de sector voortgezet onderwijs heeft minimaal 15.000 leerlingen in het voortgezet onderwijs;
c. een onderwijsregio in de sector middelbaar beroepsonderwijs heeft minimaal 8.000 mbo-studenten.
3. Indien sprake is van een onderwijsregio in de G5 voor de sector primair onderwijs kan de penvoerder een aanvullend bedrag aanvragen zoals genoemd in van deze regeling.
4. Indien sprake is van een onderwijsregio in een dunbevolkt gebied, kan de penvoerder een aanvullend bedrag aanvragen zoals genoemd in bijlage 2van deze regeling.
5. Het totale bedrag voor een onderwijsregio voor de kalenderjaren 2026 tot en met 2029 is het bedrag, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid vermenigvuldigd met vier.
6. Indien het subsidieplafond, bedoeld in artikel 14, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de subsidiebedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b, per aanvraag evenredig naar beneden bijgesteld.