BWBR0049613
Geldig vanaf 19-02-2026
Artikel 9f.6
Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025, 2025/2026 en 2026/2027
1. Het subsidiebedrag per vestiging in het primair onderwijs voor het schooljaar 2026/2027 bedraagt:
a. € 94.217,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a;
b. € 41.580,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b;
c. € 25.200,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c.
d. € 99.162,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d;
e. € 4.958,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e; en
f. € 47.116,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 11.779,–.
2. Het subsidiebedrag per vestiging in het voortgezet onderwijs voor het schooljaar 2026/2027 bedraagt:
a. € 94.217,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a;
b. € 110.880,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b;
c. € 25.200,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c;
d. € 99.162,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d;
e. € 4.958,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e; en
f. € 47.116,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 11.779,–.
3. Voor subsidieontvangers in Caribisch Nederland wordt het in het eerste en tweede lid bedoelde subsidiebedrag omgerekend in US-dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.
4. Het subsidiebedrag per vestiging bij een aanvraag als bedoeld in artikel 9b.2, vijfde lid, wordt berekend door de bedragen uit onderdelen b van het eerste of tweede lid, te vermenigvuldigen met het aantal schoolteams dat aan de trajecten deelneemt.
5. Het subsidiebedrag bij een aanvraag die namens een samenwerking wordt ingediend, als bedoeld in artikel 9b.2, zesde lid, wordt berekend door de bedragen uit onderdelen d van het eerste of tweede lid, te vermenigvuldigen met het aantal vestigingen dat binnen een samenwerking als een co-creërende vestiging deelneemt in een co-creatielab.
a. € 94.217,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a;
b. € 41.580,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b;
c. € 25.200,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c.
d. € 99.162,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d;
e. € 4.958,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e; en
f. € 47.116,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 11.779,–.
2. Het subsidiebedrag per vestiging in het voortgezet onderwijs voor het schooljaar 2026/2027 bedraagt:
a. € 94.217,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a;
b. € 110.880,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b;
c. € 25.200,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c;
d. € 99.162,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d;
e. € 4.958,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e; en
f. € 47.116,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 11.779,–.
3. Voor subsidieontvangers in Caribisch Nederland wordt het in het eerste en tweede lid bedoelde subsidiebedrag omgerekend in US-dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.
4. Het subsidiebedrag per vestiging bij een aanvraag als bedoeld in artikel 9b.2, vijfde lid, wordt berekend door de bedragen uit onderdelen b van het eerste of tweede lid, te vermenigvuldigen met het aantal schoolteams dat aan de trajecten deelneemt.
5. Het subsidiebedrag bij een aanvraag die namens een samenwerking wordt ingediend, als bedoeld in artikel 9b.2, zesde lid, wordt berekend door de bedragen uit onderdelen d van het eerste of tweede lid, te vermenigvuldigen met het aantal vestigingen dat binnen een samenwerking als een co-creërende vestiging deelneemt in een co-creatielab.
- Citeren als
- Art. 9f.6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0049613
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl