BWBR0049613
Geldig vanaf 2025-02-15
Artikel 9f
Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025 en 2025/2026
1. Het subsidiebedrag per vestiging in het primair onderwijs voor het schooljaar 2025/2026 bedraagt:
a. € 94.217,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a;
b. € 41.580,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b;
c. € 25.200,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c.
d. € 99.162,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d;
e. € 4.958,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e; en
f. € 47.116,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 11.779,–.
2. Het subsidiebedrag per vestiging in het voortgezet onderwijs voor het schooljaar 2025/2026 bedraagt:
a. € 94.217,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a;
b. € 110.880,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b;
c. € 25.200,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c.
d. € 99.162,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d;
e. € 4.958,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e; en
f. € 47.116,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 11.779,–.
3. Voor subsidieontvangers in Caribisch Nederland wordt het in het eerste en tweede lid bedoelde subsidiebedrag omgerekend in US-dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.
a. € 94.217,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a;
b. € 41.580,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b;
c. € 25.200,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c.
d. € 99.162,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d;
e. € 4.958,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e; en
f. € 47.116,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 11.779,–.
2. Het subsidiebedrag per vestiging in het voortgezet onderwijs voor het schooljaar 2025/2026 bedraagt:
a. € 94.217,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a;
b. € 110.880,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b;
c. € 25.200,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c.
d. € 99.162,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d;
e. € 4.958,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e; en
f. € 47.116,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 11.779,–.
3. Voor subsidieontvangers in Caribisch Nederland wordt het in het eerste en tweede lid bedoelde subsidiebedrag omgerekend in US-dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.