BWBR0049613
Geldig vanaf 2025-02-15
Artikel 8
Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025 en 2025/2026
1. Het subsidiebedrag per vestiging in het primair onderwijs voor het schooljaar 2024/2025 bedraagt:
a. € 71.126,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a;
b. € 34.980,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b;
c. € 21.200,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c.
d. € 83.329,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d;
e. € 4.166,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e; en
f. € 35.616,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f en een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 8.480,–.
2. Het subsidiebedrag per vestiging in het voortgezet onderwijs voor het schooljaar 2024/2025 bedraagt:
a. € 71.126,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a;
b. € 93.280,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b;
c. € 21.200,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c.
d. € 83.329,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d;
e. € 4.166,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e; en
f. € 35.616,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 8.480,–.
3. Voor subsidieontvangers in Caribisch Nederland wordt het in het eerste en tweede lid bedoelde subsidiebedrag omgerekend in US-dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.
a. € 71.126,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a;
b. € 34.980,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b;
c. € 21.200,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c.
d. € 83.329,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d;
e. € 4.166,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e; en
f. € 35.616,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f en een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 8.480,–.
2. Het subsidiebedrag per vestiging in het voortgezet onderwijs voor het schooljaar 2024/2025 bedraagt:
a. € 71.126,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a;
b. € 93.280,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b;
c. € 21.200,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c.
d. € 83.329,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d;
e. € 4.166,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e; en
f. € 35.616,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 8.480,–.
3. Voor subsidieontvangers in Caribisch Nederland wordt het in het eerste en tweede lid bedoelde subsidiebedrag omgerekend in US-dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.