BWBR0049613
Geldig vanaf 2025-02-15
Artikel 7
Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025 en 2025/2026
1. Voor verstrekking van de subsidie op grond van dit hoofdstuk is in totaal een bedrag beschikbaar van € 13.248.770,– voor het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs.
2. Per activiteit waarvoor subsidie kan worden aangevraagd zijn ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
a. € 711.260,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, waarbij in het schooljaar 2024/2025 ten hoogste vijf vestigingen in het primair onderwijs en vijf vestigingen in het voortgezet onderwijs kunnen deelnemen;
b. € 10.260.800,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, waarbij in het schooljaar 2024/2025 ten hoogste tachtig vestigingen in het primair onderwijs en tachtig vestigingen in het voortgezet onderwijs deelnemen;
c. € 636.000,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, waarbij in het schooljaar 2024/2025 voor ten hoogste twaalf vestigingen in het primair onderwijs, ten hoogste achttien vestigingen in het voortgezet onderwijs en in totaal voor ten hoogste dertig vestigingen subsidie kan worden verstrekt;
d. € 833.290,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, waarbij in het schooljaar 2024/2025 voor ten hoogste vijf vestigingen per co-creatielab en in totaal voor ten hoogste tien vestigingen subsidie kan worden verstrekt;
e. € 374.940,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e, waarbij in het schooljaar 2024/2025 totaal voor ten hoogste negentig vestigingen subsidie kan worden verstrekt; en
f. € 432.480,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f waarbij in het schooljaar 2024/2025 voor ten hoogste vijf vestigingen subsidie kan worden verstrekt.
3. De Minister verdeelt de beschikbare bedragen in volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen. Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie het plafond zou worden overschreden.
2. Per activiteit waarvoor subsidie kan worden aangevraagd zijn ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
a. € 711.260,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, waarbij in het schooljaar 2024/2025 ten hoogste vijf vestigingen in het primair onderwijs en vijf vestigingen in het voortgezet onderwijs kunnen deelnemen;
b. € 10.260.800,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, waarbij in het schooljaar 2024/2025 ten hoogste tachtig vestigingen in het primair onderwijs en tachtig vestigingen in het voortgezet onderwijs deelnemen;
c. € 636.000,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, waarbij in het schooljaar 2024/2025 voor ten hoogste twaalf vestigingen in het primair onderwijs, ten hoogste achttien vestigingen in het voortgezet onderwijs en in totaal voor ten hoogste dertig vestigingen subsidie kan worden verstrekt;
d. € 833.290,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, waarbij in het schooljaar 2024/2025 voor ten hoogste vijf vestigingen per co-creatielab en in totaal voor ten hoogste tien vestigingen subsidie kan worden verstrekt;
e. € 374.940,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e, waarbij in het schooljaar 2024/2025 totaal voor ten hoogste negentig vestigingen subsidie kan worden verstrekt; en
f. € 432.480,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f waarbij in het schooljaar 2024/2025 voor ten hoogste vijf vestigingen subsidie kan worden verstrekt.
3. De Minister verdeelt de beschikbare bedragen in volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen. Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie het plafond zou worden overschreden.