BWBR0049613
Geldig vanaf 2025-02-15
Artikel 4
Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025 en 2025/2026
1. Een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen, voert voorafgaand aan de aanvraag een verkennend gesprek met het programmabureau, met als doel de ontwikkelvraag van een vestiging of meerdere vestigingen te concretiseren en te verkennen of en zo ja bij welk onderdeel van het programma Ontwikkelkracht deze ontwikkelvraag aansluit.
2. In afwijking van het eerste lid voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, voorafgaand aan de aanvraag een evaluatiegesprek met Education Lab Netherlands, indien de subsidie wordt aangevraagd voor een vestiging die voor het schooljaar 2023/2024 heeft deelgenomen als een co-creërende vestiging in een co-creatielab. Een verslag van dit gesprek wordt opgenomen bij de subsidieaanvraag.
3. In afwijking van het eerste lid voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, voorafgaand aan de aanvraag een evaluatiegesprek met het programmabureau, indien de subsidie wordt aangevraagd voor een vestiging die voor het schooljaar 2023/2024 heeft deelgenomen aan het aspirant-traject expertscholen. Een verslag van dit gesprek wordt opgenomen bij de subsidieaanvraag.
4. In aanvulling op het eerste lid voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, een intakegesprek met de aanbieder van het onderzoeks- en verbetercultuurtraject.
5. In aanvulling op het eerste lid voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, een intakegesprek met de expertiseschool die een leertraject aanbiedt.
6. Een bevoegd gezag kan op basis van deze regeling voor meerdere vestigingen van eigen scholen een aanvraag indienen.
7. Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, kan ook door een samenwerking subsidie worden aangevraagd. Een samenwerking bestaat uit maximaal vijf vestigingen. De aanvraag voor een samenwerking geschiedt door de penvoerder.
8. Een aanvraag voor subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen a, b, d of e, kan worden ingediend van 25 april 2024, 9.00 uur, tot en met 28 juni 2024, 16.00 uur.
9. Een aanvraag voor subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen c en f, kan worden ingediend van 25 april 2024, 9.00 uur, tot en met 28 juni 2024, 16.00 uur en van 1 oktober 2024, 9.00 uur, tot en met 29 november 2024, 16.00 uur.
10. Subsidieaanvragen die buiten een aanvraagtijdvak worden ingediend, worden afgewezen.
11. De subsidie wordt aangevraagd met het digitale aanvraagformulier dat daartoe op de website van DUS-I beschikbaar is gesteld.
12. De subsidieaanvraag die namens een samenwerking wordt ingediend door de penvoerder, bedoeld in het zevende lid, bevat:
a. een verklaring, ondertekend door de penvoerder, waaruit blijkt dat de deelnemende partijen een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het dertiende lid hebben gesloten; en
b. een vermelding van de vestigingen waaruit de samenwerking bestaat.
13. In de samenwerkingsovereenkomst tussen de penvoerder en de deelnemende partijen, bedoeld in het twaalfde lid, onderdeel a, wordt in ieder geval opgenomen:
a. de wijze waarop de scholen binnen de samenwerking met elkaar gaan samenwerken ten behoeve van deelname als co-creërende vestigingen in een co-creatie lab;
b. de voorgenomen verdeling van de subsidiemiddelen tussen de scholen binnen de samenwerking;
c. de wijze van informatieverstrekking en verantwoording aan de penvoerder door de overige scholen binnen de samenwerking, zodat de penvoerder aan de verplichtingen in deze regeling kan voldoen.
14. De subsidie, bedoeld in het zevende lid, die wordt verstrekt ten behoeve van een samenwerking, wordt verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke vestiging feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende activiteiten.
15. Onvolledige subsidieaanvragen kunnen, binnen twee weken na de mededeling van de Minister dat de aanvraag onvolledig is, worden aangevuld door de subsidieaanvrager. Blijft tijdige en volledige aanlevering van de gegevens uit, dan wordt de betreffende aanvraag buiten behandeling gesteld.
16. De Minister stelt een model voor de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het twaalfde lid, elektronisch beschikbaar.
2. In afwijking van het eerste lid voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, voorafgaand aan de aanvraag een evaluatiegesprek met Education Lab Netherlands, indien de subsidie wordt aangevraagd voor een vestiging die voor het schooljaar 2023/2024 heeft deelgenomen als een co-creërende vestiging in een co-creatielab. Een verslag van dit gesprek wordt opgenomen bij de subsidieaanvraag.
3. In afwijking van het eerste lid voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, voorafgaand aan de aanvraag een evaluatiegesprek met het programmabureau, indien de subsidie wordt aangevraagd voor een vestiging die voor het schooljaar 2023/2024 heeft deelgenomen aan het aspirant-traject expertscholen. Een verslag van dit gesprek wordt opgenomen bij de subsidieaanvraag.
4. In aanvulling op het eerste lid voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, een intakegesprek met de aanbieder van het onderzoeks- en verbetercultuurtraject.
5. In aanvulling op het eerste lid voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, een intakegesprek met de expertiseschool die een leertraject aanbiedt.
6. Een bevoegd gezag kan op basis van deze regeling voor meerdere vestigingen van eigen scholen een aanvraag indienen.
7. Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, kan ook door een samenwerking subsidie worden aangevraagd. Een samenwerking bestaat uit maximaal vijf vestigingen. De aanvraag voor een samenwerking geschiedt door de penvoerder.
8. Een aanvraag voor subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen a, b, d of e, kan worden ingediend van 25 april 2024, 9.00 uur, tot en met 28 juni 2024, 16.00 uur.
9. Een aanvraag voor subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen c en f, kan worden ingediend van 25 april 2024, 9.00 uur, tot en met 28 juni 2024, 16.00 uur en van 1 oktober 2024, 9.00 uur, tot en met 29 november 2024, 16.00 uur.
10. Subsidieaanvragen die buiten een aanvraagtijdvak worden ingediend, worden afgewezen.
11. De subsidie wordt aangevraagd met het digitale aanvraagformulier dat daartoe op de website van DUS-I beschikbaar is gesteld.
12. De subsidieaanvraag die namens een samenwerking wordt ingediend door de penvoerder, bedoeld in het zevende lid, bevat:
a. een verklaring, ondertekend door de penvoerder, waaruit blijkt dat de deelnemende partijen een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het dertiende lid hebben gesloten; en
b. een vermelding van de vestigingen waaruit de samenwerking bestaat.
13. In de samenwerkingsovereenkomst tussen de penvoerder en de deelnemende partijen, bedoeld in het twaalfde lid, onderdeel a, wordt in ieder geval opgenomen:
a. de wijze waarop de scholen binnen de samenwerking met elkaar gaan samenwerken ten behoeve van deelname als co-creërende vestigingen in een co-creatie lab;
b. de voorgenomen verdeling van de subsidiemiddelen tussen de scholen binnen de samenwerking;
c. de wijze van informatieverstrekking en verantwoording aan de penvoerder door de overige scholen binnen de samenwerking, zodat de penvoerder aan de verplichtingen in deze regeling kan voldoen.
14. De subsidie, bedoeld in het zevende lid, die wordt verstrekt ten behoeve van een samenwerking, wordt verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke vestiging feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende activiteiten.
15. Onvolledige subsidieaanvragen kunnen, binnen twee weken na de mededeling van de Minister dat de aanvraag onvolledig is, worden aangevuld door de subsidieaanvrager. Blijft tijdige en volledige aanlevering van de gegevens uit, dan wordt de betreffende aanvraag buiten behandeling gesteld.
16. De Minister stelt een model voor de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het twaalfde lid, elektronisch beschikbaar.