BWBR0046464
Geldig vanaf 2022-05-09
Artikel 3.6
Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel
Met toepassing van de in artikel 12 van het Kaderbesluitvermelde afwijzingsgronden, wordt de subsidie in ieder geval afgewezen, indien:
a. er al een subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteit met betrekking tot hetzelfde bouwwerktuig;
b. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
c. het een aanvrager betreft, tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, zesde lid, onderdeel a, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
d. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
e. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
f. de aanvraag betrekking heeft op hetgeen bedoeld is in artikel 3.1, onderdeel d, de energie voor de aandrijving wordt geleverd door een batterijpakket dat lood bevat;
g. de aanvrager niet staat geregistreerd als onderneming in de bouwsector op basis van de Standaard Bedrijfsindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek;
h. de schriftelijke overeenkomst of overeenkomsten ten behoeve van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, ten tijde van indiening van de aanvraag reeds is of zijn gesloten en geen contractuele mogelijkheid meer biedt om de overeenkomst rechtsgeldig te kunnen ontbinden;
i. een typegoedkeuring van het nabehandelingssysteem ontbreekt zoals voorgeschreven in bijlage 3;
j. de aanvrager op grond van Europees recht al verplicht is om een maatregel zoals beschreven in artikel 3.1 uit te voeren;
k. het bouwwerktuig niet in de handel is gebracht met inachtneming van de voorschriften die bij of krachtens hoofdstuk 3 van het Warenwetbesluit machines zijn gesteld of zonder EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid als bedoeld in artikel 26a van de Spoorwegwet; of
l. de aanvraag niet voldoet aan de in de regeling gestelde regels;
m. de hulpfunctie geen gebruikstoestand kent waarbij de verbrandingsmotor automatisch wordt afgeschakeld als de elektromotor van de hulpfunctie wordt gebruikt en het batterijpakket niet met een stekker oplaadbaar is;
n. de hulpfunctie niet is gemonteerd op een voertuig met ten minste milieuklasse Euro VI of bouwwerktuig met ten minste milieuklasse fase V.
a. er al een subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteit met betrekking tot hetzelfde bouwwerktuig;
b. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
c. het een aanvrager betreft, tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, zesde lid, onderdeel a, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
d. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
e. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
f. de aanvraag betrekking heeft op hetgeen bedoeld is in artikel 3.1, onderdeel d, de energie voor de aandrijving wordt geleverd door een batterijpakket dat lood bevat;
g. de aanvrager niet staat geregistreerd als onderneming in de bouwsector op basis van de Standaard Bedrijfsindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek;
h. de schriftelijke overeenkomst of overeenkomsten ten behoeve van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, ten tijde van indiening van de aanvraag reeds is of zijn gesloten en geen contractuele mogelijkheid meer biedt om de overeenkomst rechtsgeldig te kunnen ontbinden;
i. een typegoedkeuring van het nabehandelingssysteem ontbreekt zoals voorgeschreven in bijlage 3;
j. de aanvrager op grond van Europees recht al verplicht is om een maatregel zoals beschreven in artikel 3.1 uit te voeren;
k. het bouwwerktuig niet in de handel is gebracht met inachtneming van de voorschriften die bij of krachtens hoofdstuk 3 van het Warenwetbesluit machines zijn gesteld of zonder EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid als bedoeld in artikel 26a van de Spoorwegwet; of
l. de aanvraag niet voldoet aan de in de regeling gestelde regels;
m. de hulpfunctie geen gebruikstoestand kent waarbij de verbrandingsmotor automatisch wordt afgeschakeld als de elektromotor van de hulpfunctie wordt gebruikt en het batterijpakket niet met een stekker oplaadbaar is;
n. de hulpfunctie niet is gemonteerd op een voertuig met ten minste milieuklasse Euro VI of bouwwerktuig met ten minste milieuklasse fase V.