BWBR0046464
Geldig vanaf 2022-05-09
Artikel 4.3
Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel
1. Het subsidieplafond in 2022 voor projecten experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, bedraagt € 9.000.000,-.
2. Het subsidieplafond in 2022 voor projecten haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel b, bedraagt € 1.000.000,-.
3. Het subsidieplafond in 2023 bedraagt voor:
a. projecten experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, € 9.000.000;
b. projecten haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel b, € 1.000.000.
4. Het subsidieplafond in 2024 bedraagt voor:
a. projecten experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, € 9.000.000;
b. projecten haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel b, € 1.000.000.
5. Het subsidieplafond in 2025 bedraagt voor:
a. projecten experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, € 9.000.000;
b. projecten haalbaarheidsstudies als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel b, € 1.000.000.
6. De Minister stelt de subsidieplafonds voor de jaren na 2025 vast en maakt deze bekend in de Staatscourant voor aanvang van het tijdvak waarvoor het wordt vastgesteld.
7. Indien het subsidieplafond, bedoeld in het vijfde lid, bij het sluiten van de aanvraagperiode ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van de artikelen 2.3, vijfde lid, of 3.3, vierde lid.
8. Indien bij het sluiten van de aanvraagperiode voor subsidies op grond van hoofdstuk 4budget deels onaangesproken is gebleven, kan dit budget gebruikt worden voor aanvragen op grond van hoofdstuk 2en voor zover er dan nog budget beschikbaar is, voor aanvragen op grond van hoofdstuk 3.
9. Indien een goedgekeurde aanvraag voor een project haalbaarheidsstudie of een project experimentele ontwikkeling betrekking heeft op laadinfrastructuur kan budget van artikel 2.3, zesde lid, worden ingezet voor aanvragen onder hoofdstuk 4van deze regeling ter hoogte van het aangevraagde bedrag.
2. Het subsidieplafond in 2022 voor projecten haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel b, bedraagt € 1.000.000,-.
3. Het subsidieplafond in 2023 bedraagt voor:
a. projecten experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, € 9.000.000;
b. projecten haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel b, € 1.000.000.
4. Het subsidieplafond in 2024 bedraagt voor:
a. projecten experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, € 9.000.000;
b. projecten haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel b, € 1.000.000.
5. Het subsidieplafond in 2025 bedraagt voor:
a. projecten experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, € 9.000.000;
b. projecten haalbaarheidsstudies als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel b, € 1.000.000.
6. De Minister stelt de subsidieplafonds voor de jaren na 2025 vast en maakt deze bekend in de Staatscourant voor aanvang van het tijdvak waarvoor het wordt vastgesteld.
7. Indien het subsidieplafond, bedoeld in het vijfde lid, bij het sluiten van de aanvraagperiode ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van de artikelen 2.3, vijfde lid, of 3.3, vierde lid.
8. Indien bij het sluiten van de aanvraagperiode voor subsidies op grond van hoofdstuk 4budget deels onaangesproken is gebleven, kan dit budget gebruikt worden voor aanvragen op grond van hoofdstuk 2en voor zover er dan nog budget beschikbaar is, voor aanvragen op grond van hoofdstuk 3.
9. Indien een goedgekeurde aanvraag voor een project haalbaarheidsstudie of een project experimentele ontwikkeling betrekking heeft op laadinfrastructuur kan budget van artikel 2.3, zesde lid, worden ingezet voor aanvragen onder hoofdstuk 4van deze regeling ter hoogte van het aangevraagde bedrag.