BWBR0046464
Geldig vanaf 2022-05-09
Artikel 3.11
Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel
1. De subsidieontvanger die een subsidie ontvangt op grond van dit hoofdstuk is overeenkomstig de artikelen 17en 18 van het Kaderbesluitverplicht:
a. onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister te doen van gewijzigde omstandigheden of wijziging van zijn gegevens die van belang zijn in verband met de subsidieverstrekking op grond van op grond van dit hoofdstuk;
b. om op verzoek van de Minister alle gevraagde medewerking te verlenen aan de uitvoering van de verplichtingen die zijn gesteld in deze regeling en de beschikkingen;
c. om op verzoek van de Minister alle gevraagde medewerking te verlenen aan een door de Minister ter zake van de toepassing en de effecten van deze regeling ingesteld evaluatieonderzoek, die de Minister redelijkerwijs nodig heeft voor de uitvoering van dat evaluatieonderzoek.
2. De subsidieontvanger is verplicht, voor het bouwwerktuig dat met een retrofit-nabehandelingsysteem is uitgerust, om gedurende de instandhoudingstermijn jaarlijks, uiterlijk 2 maanden na een volledig jaar nadat de maatregel in gebruik is genomen, het verbruik van ureumoplossing, die overeenkomstig ISO 22241 is vervaardigd, te rapporteren.
3. Op verzoek van de Minister werkt de subsidieontvanger mee aan de monitoring van emissies van het gesubsidieerde bouwwerktuig of zeegaand bouwvaartuig overeenkomstig bijlage 3gedurende 48 maanden na vaststelling van de subsidie.
4. De subsidieontvanger heeft gedurende 48 maanden na vaststelling van de gesubsidieerde ombouw van het bouwwerktuig, zonder overdracht aan derden, in eigendom, en gebruikt deze hoofdzakelijk in de bouwsector. Gedurende 48 maanden na de vaststelling van de subsidie toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat het bouwwerktuig hoofdzakelijk in Nederland en hoofdzakelijk in de bouwsector is ingezet.
5. De subsidieontvanger heeft gedurende 48 maanden na vaststelling van de subsidie het zeegaand bouwvaartuig, zonder overdracht aan derden, in eigendom. Gedurende 48 maanden na de vaststelling van de subsidie van het zeegaand bouwvaartuig toont de subsidieontvanger jaarlijks, uiterlijk 2 maanden na een volledig jaar nadat de maatregel in gebruik is genomen, met het Supplytime Charter Agreementof logboek het aantal dagen aan dat het vaartuig werkzaamheden heeft verricht in de Nederlandse exclusieve economische zone. De eis is ten minste gemiddeld 60 dagen per jaar gedurende de eerste 48 maanden na vaststelling van de subsidie.
6. De Minister kan bij de beschikking tot verlening of vaststelling van de subsidie op grond van dit hoofdstuk nadere verplichtingen opleggen.
a. onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister te doen van gewijzigde omstandigheden of wijziging van zijn gegevens die van belang zijn in verband met de subsidieverstrekking op grond van op grond van dit hoofdstuk;
b. om op verzoek van de Minister alle gevraagde medewerking te verlenen aan de uitvoering van de verplichtingen die zijn gesteld in deze regeling en de beschikkingen;
c. om op verzoek van de Minister alle gevraagde medewerking te verlenen aan een door de Minister ter zake van de toepassing en de effecten van deze regeling ingesteld evaluatieonderzoek, die de Minister redelijkerwijs nodig heeft voor de uitvoering van dat evaluatieonderzoek.
2. De subsidieontvanger is verplicht, voor het bouwwerktuig dat met een retrofit-nabehandelingsysteem is uitgerust, om gedurende de instandhoudingstermijn jaarlijks, uiterlijk 2 maanden na een volledig jaar nadat de maatregel in gebruik is genomen, het verbruik van ureumoplossing, die overeenkomstig ISO 22241 is vervaardigd, te rapporteren.
3. Op verzoek van de Minister werkt de subsidieontvanger mee aan de monitoring van emissies van het gesubsidieerde bouwwerktuig of zeegaand bouwvaartuig overeenkomstig bijlage 3gedurende 48 maanden na vaststelling van de subsidie.
4. De subsidieontvanger heeft gedurende 48 maanden na vaststelling van de gesubsidieerde ombouw van het bouwwerktuig, zonder overdracht aan derden, in eigendom, en gebruikt deze hoofdzakelijk in de bouwsector. Gedurende 48 maanden na de vaststelling van de subsidie toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat het bouwwerktuig hoofdzakelijk in Nederland en hoofdzakelijk in de bouwsector is ingezet.
5. De subsidieontvanger heeft gedurende 48 maanden na vaststelling van de subsidie het zeegaand bouwvaartuig, zonder overdracht aan derden, in eigendom. Gedurende 48 maanden na de vaststelling van de subsidie van het zeegaand bouwvaartuig toont de subsidieontvanger jaarlijks, uiterlijk 2 maanden na een volledig jaar nadat de maatregel in gebruik is genomen, met het Supplytime Charter Agreementof logboek het aantal dagen aan dat het vaartuig werkzaamheden heeft verricht in de Nederlandse exclusieve economische zone. De eis is ten minste gemiddeld 60 dagen per jaar gedurende de eerste 48 maanden na vaststelling van de subsidie.
6. De Minister kan bij de beschikking tot verlening of vaststelling van de subsidie op grond van dit hoofdstuk nadere verplichtingen opleggen.