BWBR0046464
Geldig vanaf 2022-05-09
Artikel 3.9
Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel
1. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie op grond van dit hoofdstuk wordt uiterlijk ingediend tot 8 maanden na de datum van verlening van de subsidie.
2. De aanvrager kan bij RVO een verzoek doen tot uitstel van maximaal 4 maanden van de indiening van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, indien hij kan aantonen dat de uitvoering van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, is vertraagd.
3. Een aanvraag tot subsidievaststelling op grond van dit hoofdstuk wordt ingediend door middel van een daartoe vastgesteld formulier dat beschikbaar is via de website van RVO.
4. De subsidiabele kosten worden gestaafd met bewijsstukken die duidelijk, gespecificeerd en actueel zijn, als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
5. Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt:
a. bijbehorende factuur, waarop het kenteken of serienummer vermeld staat, en het betaalbewijs aangaande maatregelen als bedoeld in artikel 3.1;
b. indien van toepassing, het kenteken van het gesubsidieerde omgebouwde bouwwerktuig;
c. indien bij de aanvraag subsidieverlening voor een maatregel als bedoeld in artikel 3.1, onderdelen a, b en c, geen rapport typegoedkeuring aanwezig was, een enkelstuksgoedkeuring afgegeven door een gecertificeerd meetbedrijf overeenkomstig ISO 9001, 9003,17020, 17025, VCA, NEN 14001 of daaraan gelijk, zoals voorgeschreven is in bijlage 3;
d. een verklaring dat het aangepaste bouwwerktuig in de handel is gebracht of in gebruik genomen met inachtneming van de voorschriften die bij of krachtens hoofdstuk 3 van het Warenwetbesluit machines zijn gesteld of met EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid als bedoeld in artikel 26a van de Spoorwegwet;
e. foto’s van het huidige bouwwerktuig, hulpfunctie of zeegaand bouwwerktuig, inclusief kenteken of serienummer, in de situatie na de retrofit, waarop de onderdelen zichtbaar zijn waarop de retrofit zijn toegepast.
2. De aanvrager kan bij RVO een verzoek doen tot uitstel van maximaal 4 maanden van de indiening van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, indien hij kan aantonen dat de uitvoering van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, is vertraagd.
3. Een aanvraag tot subsidievaststelling op grond van dit hoofdstuk wordt ingediend door middel van een daartoe vastgesteld formulier dat beschikbaar is via de website van RVO.
4. De subsidiabele kosten worden gestaafd met bewijsstukken die duidelijk, gespecificeerd en actueel zijn, als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
5. Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt:
a. bijbehorende factuur, waarop het kenteken of serienummer vermeld staat, en het betaalbewijs aangaande maatregelen als bedoeld in artikel 3.1;
b. indien van toepassing, het kenteken van het gesubsidieerde omgebouwde bouwwerktuig;
c. indien bij de aanvraag subsidieverlening voor een maatregel als bedoeld in artikel 3.1, onderdelen a, b en c, geen rapport typegoedkeuring aanwezig was, een enkelstuksgoedkeuring afgegeven door een gecertificeerd meetbedrijf overeenkomstig ISO 9001, 9003,17020, 17025, VCA, NEN 14001 of daaraan gelijk, zoals voorgeschreven is in bijlage 3;
d. een verklaring dat het aangepaste bouwwerktuig in de handel is gebracht of in gebruik genomen met inachtneming van de voorschriften die bij of krachtens hoofdstuk 3 van het Warenwetbesluit machines zijn gesteld of met EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid als bedoeld in artikel 26a van de Spoorwegwet;
e. foto’s van het huidige bouwwerktuig, hulpfunctie of zeegaand bouwwerktuig, inclusief kenteken of serienummer, in de situatie na de retrofit, waarop de onderdelen zichtbaar zijn waarop de retrofit zijn toegepast.