BWBR0046464
Geldig vanaf 2022-05-09
Artikel 2.11
Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel
1. De subsidieontvanger die een subsidie ontvangt op grond van dit hoofdstuk is overeenkomstig de artikelen 17en 18 van het Kaderbesluitverplicht:
a. onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister te doen van gewijzigde omstandigheden of wijziging van zijn gegevens die van belang zijn in verband met de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk;
b. om op verzoek van de Minister alle gevraagde medewerking te verlenen aan de uitvoering van de verplichtingen die zijn gesteld in deze regeling en de beschikkingen;
c. om op verzoek van de Minister alle gevraagde medewerking te verlenen aan een door de Minister ter zake van de toepassing en de effecten van deze regeling ingesteld evaluatieonderzoek, die de Minister redelijkerwijs nodig heeft voor de uitvoering van dat evaluatieonderzoek.
2. Zodra het redelijkerwijs aannemelijk is dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie op grond van dit hoofdstuk verbonden verplichtingen wordt of zal worden voldaan, doet de subsidieontvanger hiervan onverwijld mededeling aan de Minister.
3. De subsidieontvanger heeft gedurende 48 maanden na vaststelling van de subsidie de gesubsidieerde bouwmachine, zonder overdracht aan derden, in eigendom, en gebruikt deze hoofdzakelijk in de bouwsector. Gedurende 48 maanden na de vaststelling van de subsidie toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de bouwmachine hoofdzakelijk in Nederland en hoofdzakelijk in de bouwsector is ingezet.
4. De subsidieontvanger is verplicht:
a. de bouwmachines met een kentekenbewijs waarvoor subsidie is verstrekt op zijn naam te stellen;
b. indien van toepassing, er zorg voor te dragen dat de bouwmachine gedurende 48 maanden vanaf de eerste datum van inschrijving en tenaamstelling op zijn naam is gesteld, of bij operational leasing, een verstrekkingsvoorbehoud in het kentekenregister is geplaatst;
c. de overeenkomst tot aanschaf te overleggen.
5. De subsidieontvanger is verplicht medewerking te verlenen aan controles die kunnen worden verricht door de Minister om te onderzoeken of door de subsidieontvanger aan de verplichtingen uit dit hoofdstuk is of wordt voldaan.
6. De subsidieontvanger beschikt, indien van toepassing, over een geldig keuringsbewijs als bedoeld in artikel 75, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994en is verplicht deze op verzoek van de Minister te overleggen.
7. De Minister kan bij de beschikking tot verlening of vaststelling van de subsidie op grond van dit hoofdstuk nadere verplichtingen opleggen.
a. onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister te doen van gewijzigde omstandigheden of wijziging van zijn gegevens die van belang zijn in verband met de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk;
b. om op verzoek van de Minister alle gevraagde medewerking te verlenen aan de uitvoering van de verplichtingen die zijn gesteld in deze regeling en de beschikkingen;
c. om op verzoek van de Minister alle gevraagde medewerking te verlenen aan een door de Minister ter zake van de toepassing en de effecten van deze regeling ingesteld evaluatieonderzoek, die de Minister redelijkerwijs nodig heeft voor de uitvoering van dat evaluatieonderzoek.
2. Zodra het redelijkerwijs aannemelijk is dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie op grond van dit hoofdstuk verbonden verplichtingen wordt of zal worden voldaan, doet de subsidieontvanger hiervan onverwijld mededeling aan de Minister.
3. De subsidieontvanger heeft gedurende 48 maanden na vaststelling van de subsidie de gesubsidieerde bouwmachine, zonder overdracht aan derden, in eigendom, en gebruikt deze hoofdzakelijk in de bouwsector. Gedurende 48 maanden na de vaststelling van de subsidie toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de bouwmachine hoofdzakelijk in Nederland en hoofdzakelijk in de bouwsector is ingezet.
4. De subsidieontvanger is verplicht:
a. de bouwmachines met een kentekenbewijs waarvoor subsidie is verstrekt op zijn naam te stellen;
b. indien van toepassing, er zorg voor te dragen dat de bouwmachine gedurende 48 maanden vanaf de eerste datum van inschrijving en tenaamstelling op zijn naam is gesteld, of bij operational leasing, een verstrekkingsvoorbehoud in het kentekenregister is geplaatst;
c. de overeenkomst tot aanschaf te overleggen.
5. De subsidieontvanger is verplicht medewerking te verlenen aan controles die kunnen worden verricht door de Minister om te onderzoeken of door de subsidieontvanger aan de verplichtingen uit dit hoofdstuk is of wordt voldaan.
6. De subsidieontvanger beschikt, indien van toepassing, over een geldig keuringsbewijs als bedoeld in artikel 75, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994en is verplicht deze op verzoek van de Minister te overleggen.
7. De Minister kan bij de beschikking tot verlening of vaststelling van de subsidie op grond van dit hoofdstuk nadere verplichtingen opleggen.