BWBR0046464
Geldig vanaf 2022-05-09
Artikel 3.1
Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel
De Minister kan, overeenkomstig het bepaalde bij dit hoofdstuk en artikel 1.3, aan een aanvrager subsidie verstrekken voor:
a. de ombouw van een bouwwerktuig, die beschikt over een motor met een vermogen groter of gelijk 19 kilowatt en kleiner dan 56 kW waarvoor de fase V emissienorm, bedoeld in de bijlage bij de NRMM-verordening, geldt, tot een emissiearm bouwwerktuig door installatie van een SCR-katalysator die leidt tot een bouwwerktuig die voldoet aan de limietwaarden voor NOx uit Tabel 1 in bijlage 3 van deze regeling;
b. de ombouw van een bouwwerktuig, die beschikt over een motor met een vermogen groter of gelijk 56 kilowatt en kleiner of gelijk 560 kW waarvoor de fase II, fase III A of fase III B emissienormen, bedoeld in de bijlage bij de NRMM-verordening, gelden, tot een emissiearm bouwwerktuig door installatie van een SCR-katalysator, die leidt tot een bouwwerktuig dat voldoet aan de voor dat bouwwerktuig geldende fase V-emissienormen voor NOx, bedoeld in de bijlage bij de NRMM-verordening;
c. de ombouw van een bouwwerktuig met een motorvermogen groter dan 560 kW tot emissiearm bouwwerktuig door installatie van een SCR-katalysator, die leidt tot een bouwwerktuig dat voldoet aan de limietwaarden voor NOx uit Tabel 1 in bijlage 3 van deze regeling;
d. de ombouw van een in gebruik zijnd bouwwerktuig of hulpfunctie tot emissieloos bouwwerktuig of hulpfunctie door inbouw en installatie van een elektrische aandrijfmotor met een brandstofcel of een niet loodhoudend batterijpakket;
e. aanschaf en installatie van een nieuwe mono-fuel waterstofverbrandingsmotor vanaf 130 kW die voldoet aan emissienorm fase V als bedoeld in de NRMM-Verordening, of de aanschaf en installatie van een nieuwe mono-fuel waterstofverbrandingsmotor die op basis van die verordening als gelijkwaardig is erkend, voor een in gebruik zijnd bouwwerktuig met een verbrandingsmotor tot en met 560 kW met emissienorm fase IIIB of ouder, of met een ongereguleerde verbrandingsmotor vanaf 560 kW;
f. de aanschaf en installatie van een nieuwe verbrandingsmotor die aantoonbaar tenminste 25% van zijn energie haalt uit waterstof of ammonia en voldoet aan de IMO MARPOL Tier III emissienorm in een in gebruik zijnd zeegaand bouwvaartuig;
g. de ombouw van een bestaande verbrandingsmotor op een zeegaand bouwvaartuig zodat deze aantoonbaar tenminste 25% van zijn energie haalt uit waterstof of ammonia en voldoet aan de IMO MARPOL Tier III emissienorm;
h. de aanschaf en inbouw van een elektrische installatie op een zeegaand bouwvaartuig waardoor het vaartuig gebruik kan maken van stroom vanaf de wal en het aantoonbaar tenminste 25% van de energie op deze wijze verkrijgt.
a. de ombouw van een bouwwerktuig, die beschikt over een motor met een vermogen groter of gelijk 19 kilowatt en kleiner dan 56 kW waarvoor de fase V emissienorm, bedoeld in de bijlage bij de NRMM-verordening, geldt, tot een emissiearm bouwwerktuig door installatie van een SCR-katalysator die leidt tot een bouwwerktuig die voldoet aan de limietwaarden voor NOx uit Tabel 1 in bijlage 3 van deze regeling;
b. de ombouw van een bouwwerktuig, die beschikt over een motor met een vermogen groter of gelijk 56 kilowatt en kleiner of gelijk 560 kW waarvoor de fase II, fase III A of fase III B emissienormen, bedoeld in de bijlage bij de NRMM-verordening, gelden, tot een emissiearm bouwwerktuig door installatie van een SCR-katalysator, die leidt tot een bouwwerktuig dat voldoet aan de voor dat bouwwerktuig geldende fase V-emissienormen voor NOx, bedoeld in de bijlage bij de NRMM-verordening;
c. de ombouw van een bouwwerktuig met een motorvermogen groter dan 560 kW tot emissiearm bouwwerktuig door installatie van een SCR-katalysator, die leidt tot een bouwwerktuig dat voldoet aan de limietwaarden voor NOx uit Tabel 1 in bijlage 3 van deze regeling;
d. de ombouw van een in gebruik zijnd bouwwerktuig of hulpfunctie tot emissieloos bouwwerktuig of hulpfunctie door inbouw en installatie van een elektrische aandrijfmotor met een brandstofcel of een niet loodhoudend batterijpakket;
e. aanschaf en installatie van een nieuwe mono-fuel waterstofverbrandingsmotor vanaf 130 kW die voldoet aan emissienorm fase V als bedoeld in de NRMM-Verordening, of de aanschaf en installatie van een nieuwe mono-fuel waterstofverbrandingsmotor die op basis van die verordening als gelijkwaardig is erkend, voor een in gebruik zijnd bouwwerktuig met een verbrandingsmotor tot en met 560 kW met emissienorm fase IIIB of ouder, of met een ongereguleerde verbrandingsmotor vanaf 560 kW;
f. de aanschaf en installatie van een nieuwe verbrandingsmotor die aantoonbaar tenminste 25% van zijn energie haalt uit waterstof of ammonia en voldoet aan de IMO MARPOL Tier III emissienorm in een in gebruik zijnd zeegaand bouwvaartuig;
g. de ombouw van een bestaande verbrandingsmotor op een zeegaand bouwvaartuig zodat deze aantoonbaar tenminste 25% van zijn energie haalt uit waterstof of ammonia en voldoet aan de IMO MARPOL Tier III emissienorm;
h. de aanschaf en inbouw van een elektrische installatie op een zeegaand bouwvaartuig waardoor het vaartuig gebruik kan maken van stroom vanaf de wal en het aantoonbaar tenminste 25% van de energie op deze wijze verkrijgt.