BWBR0040605
Geldig vanaf 2018-04-01
Artikel 7
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek
1. Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit waarvoor instituutssubsidie, programmasubsidie of infrastructuursubsidie wordt aangewend, die zien op:
a. personeelskosten van onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel;
b. kosten van apparatuur en uitrusting;
c. kosten van gebouwen en gronden;
d. kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die overeenkomstig de voorwaarden, bedoeld in artikel 27, vierde lid, worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, alsmede kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten, en
e. bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten.
2. Indien voor de uitvoering van een programma dat gefinancierd wordt met programmasubsidie apparatuur wordt aangeschaft, maakt de eventuele restwaarde van deze apparatuur geen deel uit van de subsidiabele kosten voor dat programma.
3. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
4. Winstopslagen of continuïteitsopslagen bij transacties binnen een groep worden alleen in aanmerking genomen voor zover het gebruikelijk is die ook bij soortgelijke transacties buiten de groep in rekening te brengen.
5. Afschrijvingskosten van apparatuur en gebouwen worden lineair berekend als fractie van de aanschafprijs op basis van bedrijfseconomische grondslagen en normen.
a. personeelskosten van onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel;
b. kosten van apparatuur en uitrusting;
c. kosten van gebouwen en gronden;
d. kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die overeenkomstig de voorwaarden, bedoeld in artikel 27, vierde lid, worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, alsmede kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten, en
e. bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten.
2. Indien voor de uitvoering van een programma dat gefinancierd wordt met programmasubsidie apparatuur wordt aangeschaft, maakt de eventuele restwaarde van deze apparatuur geen deel uit van de subsidiabele kosten voor dat programma.
3. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
4. Winstopslagen of continuïteitsopslagen bij transacties binnen een groep worden alleen in aanmerking genomen voor zover het gebruikelijk is die ook bij soortgelijke transacties buiten de groep in rekening te brengen.
5. Afschrijvingskosten van apparatuur en gebouwen worden lineair berekend als fractie van de aanschafprijs op basis van bedrijfseconomische grondslagen en normen.