BWBR0040605
Geldig vanaf 2018-04-01
Artikel 34
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek
1. Een instituut sluit een overeenkomst inzake een derivaat slechts af met een financiële onderneming die:
a. beschikt over een kredietwaardigheidsoordeel hoger dan A of een kredietwaardigheidsoordeel dat daaraan gelijkwaardig is, en
b. beschikt, indien het kredietwaardigheidsoordeel op het niveau A is, over een kredietwaardigheidsvoorspelling voor de korte termijn, die minimaal neutraal is.
2. Het kredietwaardigheidsoordeel, bedoeld in het tweede lid, betreft een kredietwaardigheidsoordeel met betrekking tot de Baseline Credit Assessment.
3. De financiële onderneming beschikt over verklaringen van twee kredietbeoordelingsbureaus, waaruit blijkt dat de financiële onderneming voldoet aan de eisen opgenomen in het tweede lid.
a. beschikt over een kredietwaardigheidsoordeel hoger dan A of een kredietwaardigheidsoordeel dat daaraan gelijkwaardig is, en
b. beschikt, indien het kredietwaardigheidsoordeel op het niveau A is, over een kredietwaardigheidsvoorspelling voor de korte termijn, die minimaal neutraal is.
2. Het kredietwaardigheidsoordeel, bedoeld in het tweede lid, betreft een kredietwaardigheidsoordeel met betrekking tot de Baseline Credit Assessment.
3. De financiële onderneming beschikt over verklaringen van twee kredietbeoordelingsbureaus, waaruit blijkt dat de financiële onderneming voldoet aan de eisen opgenomen in het tweede lid.