BWBR0040605
Geldig vanaf 2018-04-01
Artikel 30
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek
1. Het instituut voert een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden:
a. de aard, inhoud en voortgang van de verrichte activiteiten;
b. de rechtstreeks aan de activiteiten toe te rekenen kosten;
c. het aantal eenheden dat per kostendrager is besteed aan activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen;
d. het aantal uren dat per persoon is besteed aan de activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen, en
e. de berekening en samenstelling van het tarief, bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel a.
2. De inrichting van de administratie sluit aan bij de bij de aanvraag ingediende begroting en activiteitenplan.
3. Ter zake van de loonkosten is een door middel van een urenadministratie vastgestelde urenverantwoording aanwezig.
4. In de administratie wordt een onderscheid gemaakt tussen economische en niet-economische activiteiten die het instituut uitoefent en de kosten en de financiering hiervan.
5. In de administratie wordt de methode verwerkt die overeenkomstig artikel 29, tweede en derde lid, is toegepast door het instituut overeenkomstig de verplichtingen die voortvloeien uit de kaders, bedoeld in artikel 29, eerste lid.
a. de aard, inhoud en voortgang van de verrichte activiteiten;
b. de rechtstreeks aan de activiteiten toe te rekenen kosten;
c. het aantal eenheden dat per kostendrager is besteed aan activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen;
d. het aantal uren dat per persoon is besteed aan de activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen, en
e. de berekening en samenstelling van het tarief, bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel a.
2. De inrichting van de administratie sluit aan bij de bij de aanvraag ingediende begroting en activiteitenplan.
3. Ter zake van de loonkosten is een door middel van een urenadministratie vastgestelde urenverantwoording aanwezig.
4. In de administratie wordt een onderscheid gemaakt tussen economische en niet-economische activiteiten die het instituut uitoefent en de kosten en de financiering hiervan.
5. In de administratie wordt de methode verwerkt die overeenkomstig artikel 29, tweede en derde lid, is toegepast door het instituut overeenkomstig de verplichtingen die voortvloeien uit de kaders, bedoeld in artikel 29, eerste lid.