BWBR0040605
Geldig vanaf 2018-04-01
Artikel 4
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek
In aanvulling op artikel 4:62 van de Algemene wet bestuursrechtbevat het activiteitenplan:
a. een weergave van de omvang van de activiteiten, bedoeld in randnummer 19 van de O&O&I-kaderregeling, uitgedrukt in de hoeveelheid voltijdsequivalent die op deze activiteiten wordt ingezet,
b. een weergave van de omvang van de economische activiteiten, uitgedrukt in: 1°. het aantal uren dat onderzoeksinfrastructuur waarvoor instituutssubsidie wordt aangewend binnen de reikwijdte van de definitie van instituutssubsidie in artikel 1, onderdeel b, in werking zal zijn,
2°. de hoeveelheid voltijdsequivalent die op een bepaald onderzoeksprogramma, waarvoor programmasubsidie wordt aangewend, binnen de reikwijdte van de definitie van programmasubsidie in artikel 1, onderdeel a, wordt ingezet, en
3°. het aantal uren dat een afzonderlijke entiteit onderzoeksinfrastructuur waarvoor infrastructuursubsidie wordt aangewend in werking zal zijn,
1°. het aantal uren dat onderzoeksinfrastructuur waarvoor instituutssubsidie wordt aangewend binnen de reikwijdte van de definitie van instituutssubsidie in artikel 1, onderdeel b, in werking zal zijn,
2°. de hoeveelheid voltijdsequivalent die op een bepaald onderzoeksprogramma, waarvoor programmasubsidie wordt aangewend, binnen de reikwijdte van de definitie van programmasubsidie in artikel 1, onderdeel a, wordt ingezet, en
3°. het aantal uren dat een afzonderlijke entiteit onderzoeksinfrastructuur waarvoor infrastructuursubsidie wordt aangewend in werking zal zijn,
c. een raming van de opbrengsten van de economische activiteiten, uitgedrukt in kosten die in rekening worden gebracht overeenkomstig artikel 8, eerste lid, verhoogd met een redelijke winstopslag, voor zover deze opslag van toepassing is, en
d. een beschrijving van de methode, bedoeld in artikel 29, tweede en derde lid, die het instituut gebruikt bij economische activiteiten en hoe deze wordt toegepast, zodat het instituut bewerkstelligt dat het voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 29, eerste lid.
a. een weergave van de omvang van de activiteiten, bedoeld in randnummer 19 van de O&O&I-kaderregeling, uitgedrukt in de hoeveelheid voltijdsequivalent die op deze activiteiten wordt ingezet,
b. een weergave van de omvang van de economische activiteiten, uitgedrukt in: 1°. het aantal uren dat onderzoeksinfrastructuur waarvoor instituutssubsidie wordt aangewend binnen de reikwijdte van de definitie van instituutssubsidie in artikel 1, onderdeel b, in werking zal zijn,
2°. de hoeveelheid voltijdsequivalent die op een bepaald onderzoeksprogramma, waarvoor programmasubsidie wordt aangewend, binnen de reikwijdte van de definitie van programmasubsidie in artikel 1, onderdeel a, wordt ingezet, en
3°. het aantal uren dat een afzonderlijke entiteit onderzoeksinfrastructuur waarvoor infrastructuursubsidie wordt aangewend in werking zal zijn,
1°. het aantal uren dat onderzoeksinfrastructuur waarvoor instituutssubsidie wordt aangewend binnen de reikwijdte van de definitie van instituutssubsidie in artikel 1, onderdeel b, in werking zal zijn,
2°. de hoeveelheid voltijdsequivalent die op een bepaald onderzoeksprogramma, waarvoor programmasubsidie wordt aangewend, binnen de reikwijdte van de definitie van programmasubsidie in artikel 1, onderdeel a, wordt ingezet, en
3°. het aantal uren dat een afzonderlijke entiteit onderzoeksinfrastructuur waarvoor infrastructuursubsidie wordt aangewend in werking zal zijn,
c. een raming van de opbrengsten van de economische activiteiten, uitgedrukt in kosten die in rekening worden gebracht overeenkomstig artikel 8, eerste lid, verhoogd met een redelijke winstopslag, voor zover deze opslag van toepassing is, en
d. een beschrijving van de methode, bedoeld in artikel 29, tweede en derde lid, die het instituut gebruikt bij economische activiteiten en hoe deze wordt toegepast, zodat het instituut bewerkstelligt dat het voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 29, eerste lid.