BWBR0040179
Geldig vanaf 2018-02-06
Artikel 9.10
Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming
1. Bij regeling van Onze Minister worden een of meer referentieniveaus vastgesteld voor blootstelling van leden van de bevolking in een bestaande blootstellingsituatie.
2. Een referentieniveau als bedoeld in het eerste lid is, onverminderd de bij regeling van Onze Minister vastgestelde referentieniveaus voor equivalente doses, gelijk aan of hoger dan 1 millisievert in een kalenderjaar en niet hoger dan 20 millisievert in een kalenderjaar.
3. Voor specifieke bestaande blootstellingsituaties kan bij verordening of beschikking van de Autoriteit als referentieniveau een lagere dan een krachtens het eerste lid vastgestelde waarde worden vastgesteld. In ieder geval kan een referentieniveau onder 1 millisievert in een kalenderjaar worden vastgesteld voor bestaande blootstellingsituaties met specifieke brongerelateerde blootstelling of blootstellingsroutes.
4. Bij de vaststelling van een waarde voor een referentieniveau krachtens dit artikel wordt rekening gehouden met zowel de kenmerken van de bestaande blootstellingsituatie als met maatschappelijke omstandigheden.
5. Onze Minister zorgt als volgt voor informatievoorziening aan de bevolking in een blootstellingsituatie als bedoeld in het vierde lid:
a. in geval van blootstelling van ten hoogste 1 millisievert in een kalenderjaar: algemene informatievoorziening over het blootstellingsniveau, zonder specifiek rekening te houden met de individuele blootstelling;
b. in geval van blootstelling hoger dan 1 millisievert in een kalenderjaar en lager dan of gelijk aan 20 millisievert in een kalenderjaar: specifieke informatievoorziening om individuele personen in staat te stellen om zo mogelijk de eigen blootstelling te beheren.
6. Voor radonconcentraties binnenshuis in woningen en voor de bevolking toegankelijke gebouwen is een referentieniveau van ten hoogste 100 becquerel/m 3als jaargemiddelde van de activiteitsconcentratie in de lucht van toepassing.
7. Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister die het mede aangaat kan, in afwijking van het zesde lid, voor bij de regeling aangewezen specifieke categorieën van voor het publiek toegankelijke gebouwen, waarin ook met redelijkerwijs haalbare maatregelen niet aan het referentieniveau, bedoeld in het zesde lid, kan worden voldaan, een referentieniveau worden vastgesteld van ten hoogste 300 becquerel/m 3als jaargemiddelde van de activiteitsconcentratie in de lucht.
8. Voor de externe blootstelling in het binnenmilieu aan door bouwmaterialen uitgezonden gammastraling, bovenop de externe blootstelling buitenshuis, geldt een referentieniveau van 1 millisievert in een kalenderjaar.
2. Een referentieniveau als bedoeld in het eerste lid is, onverminderd de bij regeling van Onze Minister vastgestelde referentieniveaus voor equivalente doses, gelijk aan of hoger dan 1 millisievert in een kalenderjaar en niet hoger dan 20 millisievert in een kalenderjaar.
3. Voor specifieke bestaande blootstellingsituaties kan bij verordening of beschikking van de Autoriteit als referentieniveau een lagere dan een krachtens het eerste lid vastgestelde waarde worden vastgesteld. In ieder geval kan een referentieniveau onder 1 millisievert in een kalenderjaar worden vastgesteld voor bestaande blootstellingsituaties met specifieke brongerelateerde blootstelling of blootstellingsroutes.
4. Bij de vaststelling van een waarde voor een referentieniveau krachtens dit artikel wordt rekening gehouden met zowel de kenmerken van de bestaande blootstellingsituatie als met maatschappelijke omstandigheden.
5. Onze Minister zorgt als volgt voor informatievoorziening aan de bevolking in een blootstellingsituatie als bedoeld in het vierde lid:
a. in geval van blootstelling van ten hoogste 1 millisievert in een kalenderjaar: algemene informatievoorziening over het blootstellingsniveau, zonder specifiek rekening te houden met de individuele blootstelling;
b. in geval van blootstelling hoger dan 1 millisievert in een kalenderjaar en lager dan of gelijk aan 20 millisievert in een kalenderjaar: specifieke informatievoorziening om individuele personen in staat te stellen om zo mogelijk de eigen blootstelling te beheren.
6. Voor radonconcentraties binnenshuis in woningen en voor de bevolking toegankelijke gebouwen is een referentieniveau van ten hoogste 100 becquerel/m 3als jaargemiddelde van de activiteitsconcentratie in de lucht van toepassing.
7. Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister die het mede aangaat kan, in afwijking van het zesde lid, voor bij de regeling aangewezen specifieke categorieën van voor het publiek toegankelijke gebouwen, waarin ook met redelijkerwijs haalbare maatregelen niet aan het referentieniveau, bedoeld in het zesde lid, kan worden voldaan, een referentieniveau worden vastgesteld van ten hoogste 300 becquerel/m 3als jaargemiddelde van de activiteitsconcentratie in de lucht.
8. Voor de externe blootstelling in het binnenmilieu aan door bouwmaterialen uitgezonden gammastraling, bovenop de externe blootstelling buitenshuis, geldt een referentieniveau van 1 millisievert in een kalenderjaar.