BWBR0040179
Geldig vanaf 2018-02-06
Artikel 7.3
Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming
1. De ondernemer zorgt ervoor dat voor een werknemer die geen blootgestelde werknemer is, ten gevolge van een handeling die onder zijn verantwoordelijkheid wordt verricht, de volgende dosislimieten niet worden overschreden:
a. een effectieve dosis van 1 millisievert in een kalenderjaar, en met inachtneming daarvan:
b. een equivalente dosis van: 1°. 15 millisievert in een kalenderjaar voor de ooglens;
2°. 50 millisievert in een kalenderjaar voor de huid, gemiddeld over enig blootgesteld huidoppervlak van 1 cm2; en
3°. 50 millisievert in een kalenderjaar voor de extremiteiten.
1°. 15 millisievert in een kalenderjaar voor de ooglens;
2°. 50 millisievert in een kalenderjaar voor de huid, gemiddeld over enig blootgesteld huidoppervlak van 1 cm2; en
3°. 50 millisievert in een kalenderjaar voor de extremiteiten.
2. In geval van inwendige besmetting wordt de effectieve volgdosis toegewezen aan het jaar van inname.
3. Indien een van de in het eerste lid genoemde dosislimieten overschreden wordt, rapporteert de ondernemer dit aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of, indien het inrichtingen betreft waarvoor een vergunning krachtens artikel 15, onder b, van de wetis verleend, de Autoriteit of, indien het mijnbouw betreft, Onze Minister van Economische Zaken.
a. een effectieve dosis van 1 millisievert in een kalenderjaar, en met inachtneming daarvan:
b. een equivalente dosis van: 1°. 15 millisievert in een kalenderjaar voor de ooglens;
2°. 50 millisievert in een kalenderjaar voor de huid, gemiddeld over enig blootgesteld huidoppervlak van 1 cm2; en
3°. 50 millisievert in een kalenderjaar voor de extremiteiten.
1°. 15 millisievert in een kalenderjaar voor de ooglens;
2°. 50 millisievert in een kalenderjaar voor de huid, gemiddeld over enig blootgesteld huidoppervlak van 1 cm2; en
3°. 50 millisievert in een kalenderjaar voor de extremiteiten.
2. In geval van inwendige besmetting wordt de effectieve volgdosis toegewezen aan het jaar van inname.
3. Indien een van de in het eerste lid genoemde dosislimieten overschreden wordt, rapporteert de ondernemer dit aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of, indien het inrichtingen betreft waarvoor een vergunning krachtens artikel 15, onder b, van de wetis verleend, de Autoriteit of, indien het mijnbouw betreft, Onze Minister van Economische Zaken.