BWBR0040179
Geldig vanaf 2018-02-06
Artikel 7.35
Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming
1. Artikel 7.4is niet van toepassing op leerlingen en studerenden die ten minste 16 jaar, maar nog geen 18 jaar zijn, en die uit hoofde van hun opleiding verplicht zijn een handeling te verrichten en die daarbij een blootstelling kunnen ondergaan die hoger is dan een van de dosislimieten, genoemd in artikel 7.3.
2. De ondernemer zorgt ervoor dat voor de leerlingen en studerenden, bedoeld in het eerste lid, ten gevolge van handelingen die onder zijn verantwoordelijkheid worden verricht, de volgende individuele doses niet worden overschreden:
a. een effectieve dosis van 6 millisievert in een kalenderjaar, en met inachtneming daarvan:
b. een equivalente dosis van: 1°. 15 millisievert in een kalenderjaar voor de ooglens;
2°. 150 millisievert in een kalenderjaar voor de huid, gemiddeld over enig blootgesteld huidoppervlak van 1 cm2; of
3°. 150 millisievert in een kalenderjaar voor de extremiteiten.
1°. 15 millisievert in een kalenderjaar voor de ooglens;
2°. 150 millisievert in een kalenderjaar voor de huid, gemiddeld over enig blootgesteld huidoppervlak van 1 cm2; of
3°. 150 millisievert in een kalenderjaar voor de extremiteiten.
3. In geval van inwendige besmetting wordt de effectieve volgdosis toegewezen aan het jaar van inname.
4. Indien een van de dosislimieten, genoemd in het tweede lid, overschreden wordt, rapporteert de ondernemer dit aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of, indien het inrichtingen betreft waarvoor een vergunning krachtens artikel 15, onder b, van de wetis verleend, de Autoriteit of, indien het mijnbouw betreft, Onze Minister van Economische Zaken.
2. De ondernemer zorgt ervoor dat voor de leerlingen en studerenden, bedoeld in het eerste lid, ten gevolge van handelingen die onder zijn verantwoordelijkheid worden verricht, de volgende individuele doses niet worden overschreden:
a. een effectieve dosis van 6 millisievert in een kalenderjaar, en met inachtneming daarvan:
b. een equivalente dosis van: 1°. 15 millisievert in een kalenderjaar voor de ooglens;
2°. 150 millisievert in een kalenderjaar voor de huid, gemiddeld over enig blootgesteld huidoppervlak van 1 cm2; of
3°. 150 millisievert in een kalenderjaar voor de extremiteiten.
1°. 15 millisievert in een kalenderjaar voor de ooglens;
2°. 150 millisievert in een kalenderjaar voor de huid, gemiddeld over enig blootgesteld huidoppervlak van 1 cm2; of
3°. 150 millisievert in een kalenderjaar voor de extremiteiten.
3. In geval van inwendige besmetting wordt de effectieve volgdosis toegewezen aan het jaar van inname.
4. Indien een van de dosislimieten, genoemd in het tweede lid, overschreden wordt, rapporteert de ondernemer dit aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of, indien het inrichtingen betreft waarvoor een vergunning krachtens artikel 15, onder b, van de wetis verleend, de Autoriteit of, indien het mijnbouw betreft, Onze Minister van Economische Zaken.