BWBR0040179
Geldig vanaf 2018-02-06
Artikel 11.2
Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming
1. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrechten afdeling 13.2 van de Wet milieubeheerzijn niet van toepassing op de voorbereiding van een beschikking op een aanvraag om een vergunning voor een handeling behorend tot een in artikel 3.8genoemde categorie, indien het betreft:
a. het verrichten van handelingen met open bronnen en de uitkomst van de gewogen sommatie van de activiteiten van de op enig moment aanwezige hoeveelheid radionucliden in de bij die handelingen betrokken radioactieve stoffen volgens de in artikel 4.29, vierde lid, bedoelde methode niet meer bedraagt dan 104, of
b. de radioactieve stoffen zich bevinden op steeds wisselende locaties, en naar het oordeel van de Autoriteit het belang van de toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer niet opweegt tegen de daaraan verbonden bezwaren.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op ingekapselde bronnen, met dien verstande dat:
a. de uitkomst van de in dat lid bedoelde sommatie niet meer bedraagt dan 107, of
b. de ingekapselde bron zich bevindt op steeds wisselende locaties, en naar het oordeel van de Autoriteit het belang van de toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer niet opweegt tegen de daaraan verbonden bezwaren.
a. het verrichten van handelingen met open bronnen en de uitkomst van de gewogen sommatie van de activiteiten van de op enig moment aanwezige hoeveelheid radionucliden in de bij die handelingen betrokken radioactieve stoffen volgens de in artikel 4.29, vierde lid, bedoelde methode niet meer bedraagt dan 104, of
b. de radioactieve stoffen zich bevinden op steeds wisselende locaties, en naar het oordeel van de Autoriteit het belang van de toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer niet opweegt tegen de daaraan verbonden bezwaren.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op ingekapselde bronnen, met dien verstande dat:
a. de uitkomst van de in dat lid bedoelde sommatie niet meer bedraagt dan 107, of
b. de ingekapselde bron zich bevindt op steeds wisselende locaties, en naar het oordeel van de Autoriteit het belang van de toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer niet opweegt tegen de daaraan verbonden bezwaren.